Beursbengel: Uitspraken GFD over een weggewaaid dak en een paardenverzekering

Beursbengel: Uitspraken GFD over een weggewaaid dak en een paardenverzekering

Beursbengel: Uitspraken GFD over een weggewaaid dak en een paardenverzekering 665 509 Ekelmans Advocaten
Beursbengel vakblad verzekering
Leestijd: 5 minuten
Lesedauer: 5 Minuten
Reading time: 5 minutes
Expertise:

Lieske de Vos bespreekt in de Beursbengel twee uitspraken van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening: één uitspraak rond een camperverzekering en een rond een paardenverzekering.

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Nr. 2021-0159, d.d. 17 februari 2021

Een van buiten komende omstandigheid?

De consument heeft in 2019 een tweedehands kampeerauto uit 2005 aangeschaft. Op 19 juni 2020 is tijdens een rit op de snelweg, bij het passeren van een vrachtwagen, het panoramadak van de kampeerauto afgewaaid. Om de schade vergoed te krijgen, heeft consument haar verzekeraar aangesproken waarbij zij een camperverzekering had afgesloten. De verzekeraar schakelde daarop een expert in. Deze concludeerde dat het dakraam zat verlijmd op het dak en dat op de oude kit/lijm die nog op het dak van de cabine zat, sporen van vuil en slechte hechting van kit/lijm zichtbaar waren. Aldus werd vastgesteld dat het dakraam al enige tijd heeft losgezeten. De conclusie van verzekeraar is dat het dakraam uit het dak is gewaaid door een constructie/montagefout en niet door een van buitenaf komend onheil, waarvoor de consument is verzekerd. De verzekeraar heeft vervolgens uitkering geweigerd omdat er geen sprake was van een verzekerde gebeurtenis en daarbij verwezen naar de voorwaarden.

De klacht van de consument betreft het weigeren van uitkering. Op basis van de uitleg die de consument aan de voorwaarden geeft, dient de verzekeraar hem de schade uit te keren. De consument voert daarbij aan dat de schade is ontstaan door luchtdruk of luchtvacuüm van de passerende vrachtauto, waardoor het panorama dak is losgeraakt. De consument heeft uitkering gevorderd van 3.000 euro.

Verzekeraar verweert zich door te stellen dat de expert heeft vastgesteld dat de kit/lijm al enige tijd niet meer goed was. Volgens de expert is dat de hoofdoorzaak van het loslaten van het panoramadak van de consument. De verzekeraar heeft verder aangevoerd dat op grond van artikel 27 van de bijzondere voorwaarden sprake moet zijn van een: ‘onverwachte, van buiten komende gebeurtenis’ en meent dat dus beoordeeld moet worden of de oorzaak van de schade van de consument een onverwachte en van buiten komende gebeurtenis is. In dat kader moet volgens de verzekeraar de dominant cause worden vastgesteld. Voor de schade van de consument moest volgens de verzekeraar dus bepaald worden wat de rechtens relevante oorzaak is geweest van het losraken van het panoramadak. Hij heeft gesteld dat de rechtens relevante oorzaak van het losraken van het panoramadak de slechte hechting van de kit/lijm is. Hieruit heeft de verzekeraar geconcludeerd dat geen sprake is van een verzekerde gebeurtenis en dat de schadeclaim van de consument niet voor vergoeding in aanmerking komt. De verzekeraar voert verder aan dat, mocht de luchtdruk/het luchtvacuüm door het passeren van een vrachtauto de oorzaak van de schade zijn, dit ook niet tot dekking onder de verzekering zou leiden. Immers, een kampeerauto moet een vrachtauto kunnen inhalen zonder dat het panoramadak van de auto afwaait.

De commissie oordeelt dat de Consument de stelling dat de schade zou zijn veroorzaakt door de luchtdruk/het luchtvacuüm niet heeft onderbouwd, terwijl de expert van verzekeraar heeft vastgesteld dat de oorzaak van het afwaaien van het panoramadak de slechte hechting van de kit/lijm is. Gezien het feit dat de expert van de verzekeraar de oorzaak heeft vastgesteld en dat deze onvoldoende gemotiveerd is betwist, neemt de commissie aan dat de slechte hechting van de kit/lijm als dominant cause van de schade kan worden aangewezen. De dominant cause-maatstaf is doorslaggevend wanneer geen causaliteitsmaatstaf blijkt uit de voorwaarden. De dominant cause vaststellen gebeurt door te bepalen welke oorzaak of welke oorzaken als e.ectieve oorzaak of oorzaken van de schade kunnen worden gezien. De oorzaak die de consument heeft aangedragen is onvoldoende onderbouwd. Daar komt nog bij dat ook al zou de luchtdruk/het luchtvacuüm vanwege het passeren van een vrachtwagen als oorzaak kunnen worden beschouwd, dit niet zou duiden op dekking onder de verzekering. Een camper moet immers voldoende toegerust zijn om over een snelweg te kunnen rijden en vrachtauto’s te kunnen inhalen. Op grond van de voorwaarden moet vervolgens worden beoordeeld of de door consument geleden schade gedekt is onder de verzekering. In artikel 27 is bepaald dat sprake moet zijn van een onverwachte, van buiten komende, gebeurtenis. Nu de commissie oordeelt dat de schade (hoofdzakelijk) is ontstaan door slechte hechting van kit/lijm en dat het geen van buiten komende gebeurtenis betreft, valt de schade niet onder de dekking van de verzekering.

De commissie wijst de vordering af.

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Nr. 2021-0170, d.d. 19 februari 2021

Verrekening van het resterende gedeelte premie over het verzekeringsjaar toegestaan?

De consument heeft voor haar paard via de bemiddelaar een paardenverzekering gesloten. De contractvervaldatum is 8 februari 2020, waarna de verzekering stilzwijgend wordt verlengd. In de toepasselijke Algemene Voorwaarden is een bepaling opgenomen, inhoudende dat de verzekering automatisch eindigt direct en automatisch als uitkering is gedaan in geval van totaal verlies. Bij totaal verlies blijft de premie over het resterende gedeelte van het verzekeringsjaar verschuldigd. Dit wordt verrekend met de schade-uitkering. Ten aanzien van de toepassing van deze bepaling heeft consument een klacht ingediend.

De casus is als volgt. Op 3 juli 2020 is het paard van de consument geëuthanaseerd en om die reden is de verzekering per die datum beëindigd. De bemiddelaar heeft de consument bij brief van 21 juli 2020 over de schadeafwikkeling geïnformeerd. De bemiddelaar heeft een schadevergoeding uitgekeerd van 90 procent van het verzekerd bedrag in verband met blijvende ongeschiktheid verminderd met de restwaarde euthanasie. Verder is de consument erover geïnformeerd dat, omdat sprake is van totaal verlies, de resterende jaarpremie tot 8 februari 2021 in mindering wordt gebracht op de uitkering. De consument vordert betaling van het verrekende bedrag, zijnde het premiebedrag dat in mindering is gebracht op de uitkering. De consument voert aan dat zij erkent dat de schade is afgewikkeld volgens de voorwaarden, maar dat verzekeringen tussentijds kunnen worden opgezegd na een looptijd van een jaar. Bovendien is er na het overlijden van het paard geen risico meer. De verzekering moet daarom worden beëindigd zonder dat de resterende jaarpremie in rekening wordt gebracht. Het verzekeringsjaar van de verzekering van de consument loopt tot februari. Als de contractvervaldatum in augustus zou zijn, zou de resterende jaarpremie minder zijn. Om deze redenen is het in rekening brengen van de resterende premie na het overlijden van het paard wettelijk niet toegestaan. Bemiddelaar heeft verweer gevoerd tegen deze stellingen.

De commissie is van oordeel dat de vraag die beantwoord moet worden is of met een beroep op de Algemene Voorwaarden de resterende jaarpremie kon worden verrekend met de uitkering. In de Algemene Voorwaarden is bepaald dat bij totaal verlies de premie over het resterende gedeelte van het verzekeringsjaar verschuldigd is. De wet verzet zich niet tegen deze bepaling. In artikel 7:938 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat geen premie is verschuldigd als in het geheel geen risico is gelopen en dat als over een vol verzekeringsjaar geen risico is gelopen, over dat jaar geen premie is verschuldigd. In deze situatie is geen sprake van een vol verzekeringsjaar waarin geen risico is gelopen, omdat de verzekeraar in het destijds lopende verzekeringsjaar wel een risico heeft gelopen. Bovendien is de genoemde wettelijke bepaling niet van dwingend recht. De commissie concludeert dan ook dat de bemiddelaar de premie over het resterende gedeelte van het verzekeringsjaar op de uitkering in mindering heeft mogen brengen. De vordering van de consument wordt daarom afgewezen.

Auteur

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.