Beursbengel: Uitspraken GFD over rechtsbijstandverzekering en verzekeringsvoorwaarden

Beursbengel: Uitspraken GFD over rechtsbijstandverzekering en verzekeringsvoorwaarden

Beursbengel: Uitspraken GFD over rechtsbijstandverzekering en verzekeringsvoorwaarden 665 509 Ekelmans Advocaten
Beursbengel verzekering
Leestijd: 4 minuten
Lesedauer: 4 Minuten
Reading time: 4 minutes
Expertise:

Aansprakelijkheid / Verzekering /

In Dossier Kifid van de Beursbengel 2020 / nr. 900 bespreekt Lieske de Vos twee uitspraken van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening : één uitspraak rond een rechtsbijstandverzekering en een uitspraak rond verzekeringsvoorwaarden.

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Nr. 2020-879

VERWEZENLIJKING VERZEKERD RISICO?

Consument heeft een particuliere rechtsbijstandverzekering bij Verzekeraar. Consument heeft vanaf 2011 een geschil met de gemeente over de eigendom van een stuk grond. De communicatie met de gemeente hieromtrent werd in eerste instantie opgepakt door de bewonerscommissie. Op 7 maart 2018 laat de gemeente aan Consument weten dat het haar bekend is dat Consument gemeentegrond als voortuin in gebruik heeft en dat een deel van deze voortuin nodig is voor de reconstructie van de straat. Consument is het aanbod gedaan om het deel dat niet nodig is voor de reconstructie te kopen van de gemeente [X]. Per brief van 30 maart 2018 heeft Consument dit aanbod afgewezen, omdat de grond door verjaring al zijn eigendom zou zijn geworden.

Vervolgens meldt Consument deze omstandigheid op 5 maart 2019 bij Verzekeraar, maar Verzekeraar heeft het verzoek om rechtsbijstand afgewezen, omdat Consument het geschil te laat zou hebben gemeld.

Consument klaagt erover dat Verzekeraar ten onrechte dekking heeft geweigerd voor het geschil met de gemeente over de eigendom van de grond. Consument heeft daarvoor, kort samengevat, aangevoerd dat de vordering op Verzekeraar niet is verjaard, omdat de behoefte aan rechtsbijstand pas in 2018 ontstond toen de discussie oplaaide over de vraag wie eigenaar is van de grond die door Consument wordt gebruikt als voortuin. In 2011/2013 was daarover nog geen geschil en Consument hoefde zich toen niet in te spannen om zijn rechten vast te stellen, want er was geen actief handelen vereist. Verzekeraar is volgens Consument niet in zijn belangen geschaad.

Verzekeraar voert verweer en stelt dat het verzoek om rechtsbijstand van Consument is verjaard.

Het geschil tussen Consument en de gemeente is ontstaan toen de gemeente in haar brief van 16 december 2011 stelde dat zij de eigenaar was van het stuk grond dat Consument in bezit had. Maar in ieder geval is de termijn van drie jaar gaan lopen toen de gemeente in haar brief van 27 februari 2012 Consument had bericht zich genoodzaakt te zien via juridische weg haar eigendomsrecht te laten vaststellen als een nadere reactie zou uitblijven. Vanaf het moment dat sprake was van het geschil in 2011 of in 2012 had Consument een opeisbare vordering op Verzekeraar. Toen Consument Verzekeraar verzocht om rechtsbijstand was meer dan drie jaar verstreken en dus is de vordering van Consument verjaard.

De Commissie oordeelt dat in de periode van 2011 tot in 2013 nog geen sprake was van een ‘gebeurtenis waardoor voor de verzekerde een juridisch probleem ontstaat en hij bij dat juridisch probleem moet voorzien in een eigen behoefte aan rechtsbijstand’. Weliswaar hebben Consument en de gemeente in de periode van 2011 tot in 2013 gecorrespondeerd over de eigendom van de grond, maar naar het oordeel van de Commissie lag het op de weg van de gemeente om haar rechten op de grond veilig te stellen. De Commissie volgt Verzekeraar niet in zijn stelling dat het op de weg van Consument lag om zich over zijn juridische positie te laten adviseren naar aanleiding van de brief van de gemeente van 27 februari 2012 of de brief van de bewonerscommissie van 15 maart 2012. De gemeente reageerde namelijk niet meer op de brief van 15 maart 2012 en voor verkrijgende verjaring was verder geen actief handelen van Consument meer vereist. Op dat moment was het dus ook nog niet duidelijk dat sprake was van een belangenconflict. Omdat geen actief handelen van Consument in dit geval was vereist, bestond er voor hem ook nog geen behoefte aan rechtsbijstand. De klacht is aldus gegrond.

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening Nr. 2020-875

TOEPASBARE VERZEKERINGSVOORWAARDEN MOETEN KENBAAR ZIJN

Consument heeft via zijn Tussenpersoon zijn motor laten verzekeren. Consument heeft de motor gekocht voor 11.250 euro en de motor is daarna getaxeerd op 13.200 euro. Op het polisblad is bij de motorverzekering onder ‘Dekking(en) en verzekerde bedragen’ onder andere vermeld ‘Casco € 24.595,00 inclusief BTW’.

Vervolgens is de motor op 19 augustus 2018 gestolen. Op 3 oktober 2018 heeft Verzekeraar dekking voor de schade afgewezen, omdat niet was voldaan aan de beveiligingseisen voor motoren met een verzekerde waarde vanaf 15.000 euro in de verzekeringsvoorwaarden.

Consument vindt dat Tussenpersoon zijn zorgplicht heeft geschonden door hem onjuist of onvolledig te informeren over de toepasselijke beveiligingseisen. Tussenpersoon heeft onvoldoende duidelijk gemaakt welke eisen voor de motor van Consument gelden en wat de gevolgen zijn van het niet naleven van deze eisen. Daarbij merkt Consument op dat de beveiligingseisen niet op het polisblad staan. Nu de motor was getaxeerd op 13.200 euro en was aangekocht voor 11.250 euro, is Consument ervan uitgegaan dat de beveiligingseisen die gelden vanaf een waarde van 15.000 euro niet op zijn situatie van toepassing waren. Consument maakt aanspraak op de uitkering die hij in verband met de diefstal van Verzekeraar zou hebben gekregen als Tussenpersoon zijn zorgplicht niet had geschonden.

Tussenpersoon voert verweer en stelt dat hij de toepasselijke beveiligingseisen expliciet en uitgebreid met Consument heeft besproken. Daarbij zou hij Consument ook gewezen hebben op het ontbreken van dekking wanneer niet aan deze eisen is voldaan. In de offerte en op het polisblad wordt een verzekerd bedrag van 24.595 euro vermeld. Bij toezending van de polis per e-mail van 6 juli 2018 heeft Tussenpersoon bovendien de toepasselijke beveiligingseisen geciteerd. Volgens Tussenpersoon is het onlogisch om beveiligingseisen die niet van toepassing zijn te bespreken en per e-mail te bevestigen.

De Commissie oordeelt dat Tussenpersoon niet mocht volstaan met uitsluitend wijzen op de beveiligingseisen die van toepassing zijn bij een verzekerde waarde vanaf 15.000 euro. Tussenpersoon had Consument ook duidelijk moeten maken dat die beveiligingseisen van toepassing waren in de situatie van Consument, waarin de werkelijke waarde van zijn motor lager was dan 15.000 euro. En dat heeft Tussenpersoon verzuimd te doen. Ook is niet vast komen te staan dat Tussenpersoon Consument heeft gewezen op de gevolgen van het niet in acht nemen van de beveiligingseisen. De Commissie is dan ook van oordeel dat de klacht van Consument kan worden toegewezen.

Auteur

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.