Interview David de Knijff: De platformwerker. Schiet het recht te kort?

Interview David de Knijff: De platformwerker. Schiet het recht te kort?

Interview David de Knijff: De platformwerker. Schiet het recht te kort? 595 440 Ekelmans Advocaten
mr.-David-de-Knijff-CO-02-2E3A1901-bijgesneden
Leestijd: 5 minuten
Lesedauer: 5 Minuten
Reading time: 5 minutes

Tijdens een eerder gegeven interview in de Koninklijke Schouwburg Den Haag gaat David de Knijff voor AVDR-TV in op de vraag: zijn platformwerkers zzp’ers of werknemers? Dit doet hij aan de hand van twee recente zaken van de Hoge Raad: het oordeel van de rechtbank Amsterdam over Uber-chauffeur en de conclusie van A-G de Bock in de zaak van FNV tegen Deliveroo. Komende vrijdag wordt de uitspraak verwacht in de zaak FNV/Deliveroo.

Conclusie A-G de Bock 17 juni 2022, ECLI:NL:PHR:2022:578 (FNV/Deliveroo)
Rechtbank Amsterdam 13 september 2021 ECLI:NL:RBAMS:2021:5029 (FNV/Uber)

Afgelopen vrijdag 16 december heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangekondigd de positie van zzp’ers te willen verbeteren. Het kabinet zet in op drie lijnen:

  1. Een gelijker speelveld tussen contractvormen.
  2. Meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemers dan wel als zelfstandige.
  3. De verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid.

In het interview met Wouter Kurpershoek en in onderstaande blog gaat David de Knijff in op punt 2, namelijk: materieel gezag, inbedding van het werk in de organisatie van de werkgever/opdrachtgever en zelfstandig ondernemerschap.

Bekijk hier het interview. 

De platformeconomie is een nieuw sociaal economisch fenomeen en heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Naar schatting gaat het in Nederland om minimaal 34.000 werkenden. Op de zogenoemde transactieplatforms kunnen aanbieders van zaken, diensten of digitale producten in contact komen met afnemers, die via dat platform of daarbuiten met elkaar een overeenkomst sluiten. Deze platforms kunnen zich ook bemoeien met wat er op het platform gebeurt. De mate waarin dat gebeurt, loopt sterk uiteen. Sommige platforms zijn alleen een ‘elektronisch prikbord’ (Marktplaats), terwijl anderen bemiddelen (Booking.com) of zelfs gezag over de platformwerker uitoefenen (Deliveroo).

Platformwerkers: zzp’ers of werknemers?

Ondanks dat de platformeconomie een enorme ontwikkeling heeft doorgemaakt, bestaat er voor platforms nauwelijks regelgeving. Er bestaat geen wettelijke definitie van platformwerk. Of de platformwerker een zzp-er of werknemer is moet worden beoordeeld aan de hand van art. 7:610 BW: moet de werker in dienst van een andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid verrichten. Deze bepaling is heel breed, maar destijds niet geschreven met de platformeconomie voor ogen.

Het staat vast dat de platformwerker tegen beloning gedurende zekere tijd werkzaam is voor het platform. Maar doet hij dat ook in dienst van het platform? Is niet gewoon sprake van een overeenkomst(en) van opdracht (art. 7:400 BW) of vervoersovereenkomst(en) (Titel 2 Boek 8 BW)? De platformwerker doet klussen (bezorging of een taxirit). Hij bepaalt zelf wanneer hij is ingelogd en hij kan klussen weigeren. Of zijn deze vrijheden, door de sturende werking van de app, zodanig beperkt dat er sprake is van gezag? Het gezagscriterium is sterk casuïstisch en er is behoefte aan een eigentijdse uitleg door de rechter.

Drie verschillende benaderingen

Organisatorische inbedding
A-G de Bock heeft bepleit dat het gaat om de organisatorische inbedding in de organisatie van de werkverschaffer. Een platform als Deliveroo verleent een geïntegreerde dienst. Het omvat meer dan het via een algoritme bij elkaar brengen van vraag en aanbod naar arbeid. De bedrijfsvoering is gericht op het kiezen, bestellen en laten bezorgen van een maaltijd. De bezorger is daar een wezenlijk onderdeel van. En zo is de Uber-chauffeur dat van de bedrijfsvoering van Uber, dat toch meer een taxibedrijf is dan een technologiebedrijf.

Mate van zelfstandigheid van platformmedewerker
Een andere benadering is door te kijken naar de (mate van) zelfstandigheid van de platformwerker en naar ondernemers-achtige kenmerken. Deze benadering sluit aan bij de Europese rechtspraak (ondeer andere het FNV/Kiem-arrest) over de vraag of werk in dienstbetrekking te onderscheiden is van een zelfstandige opdrachtnemer.

  • Draagt de platformwerker ondernemingsrisico, inclusief de mogelijkheid om een hogere winst of rendement te realiseren?
  • Bepaalt hij zelf de prijs voor de dienst?
  • Betaalt de werkverschaffer op factuur van de werker?
  • Heeft hij meerdere opdrachtgevers of kan hij zelf die opdrachtgevers werven en een klantenkring opbouwen?
  • Verschilt het werk van de kern van de bedrijfsvoering van de opdrachtgever?
  • Heeft de werker onderhandelingsruimte ten opzichte van zijn opdrachtgever, bijvoorbeeld over arbeidsvoorwaarden?
  • Is de werker langere tijd exclusief werkzaam in dezelfde onderneming en heeft hij een eigen arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenvoorziening?

Het antwoord op deze vragen zal voor de bezorgers van Deliveroo en de chauffeurs van Uber overwegend negatief zijn. Zij zijn geen zelfstandige ondernemers, vanwege het bedrijfsmodel van die platforms en de werking van de app.

Een meer generieke benadering
Het is niet werkbaar om per individuele platformwerker te beoordelen of sprake is van een werknemer of een zelfstandig ondernemer. En platformwerkers zijn het minst in staat zijn om naar de rechter te stappen. Daarom wordt ook wel gedacht aan een wettelijk vermoeden. Dit is in een ontwerp voor een Europese richtlijn al uitgewerkt. Op voorhand wordt aangenomen dat de contractuele verhouding tussen een digitaal arbeidsplatform en de platformwerker een arbeidsverhouding is, wanneer het platform zeggenschap heeft over de uitvoering van werk en een persoon die dit werk verricht via dat platform.

Van zeggenschap is sprake als aan twee van de vijf volgende voorwaarden is voldaan:

  • het niveau van de vergoeding of bovengrens is door het platform vastgesteld;
  • de werker is verplicht specifieke regels in acht te nemen over uiterlijk, gedrag of uitvoering van de dienst;
  • de werkverschaffer houdt toezicht op de uitvoering van het werk en  verifieert de kwaliteit van de resultaten van het werk, ook met behulp van elektronische middelen;
  • de werkschaffer beperkt de vrijheid om het werk te organiseren  – onder meer door sancties – met name de vrijheid om zelf arbeidstijd of perioden van afwezigheid te kiezen, om taken te aanvaarden of te weigeren of om gebruik te maken van onderaannemers of vervangers;
  • de werkverschaffer beperkt de mogelijkheid om een klantenbestand op te bouwen of werk voor derden uit te voeren.

Vervolgens is het aan de werkverschaffer om dit vermoeden te weerleggen door aannemelijk te maken dat sprake is van zelfstandige ondernemers. Maar dit is nog geen geldend recht. De Ontwerp-Richtlijn regelt niets over de driehoeksrelatie bezorger/chauffeur – platform – gebruiker.

In mijn optiek kunnen de criteria voor zeggenschap wel als gezichtspunt en als verduidelijking van het gezagscriterium worden gebruikt. Als je dat zou doen, dan is bij Deliveroo en ook bij Uber sprake van een arbeidsverhouding.

Uitspraak Hoge Raad:  Werken de maaltijdbezorgers van Deliveroo op basis van een arbeidsovereenkomst?

De maaltijdbezorgers van Deliveroo zijn werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst. Dat betekent dat de bezorgers de rechten hebben die bij zo’n overeenkomst horen. Dat adviseerde advocaat-generaal (AG) De Bock de Hoge Raad in haar conclusie op 17 juni 2022. De uitspraak van de Hoge Raad is op 23 december 2022.

Vrijdag 23 december 2022 van 16.00 tot 17.00 uur bespreken David de Knijff en Erik Lutjens deze uitspraak. Via deze link kun je je nog inschrijven voor dit webinar.

Mocht de uitspraak van de Hoge Raad onverwacht worden uitgesteld dan wordt de datum van het webinar verplaatst.

Auteur

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.