Schaaf

Een opdrachtgever en een architect staan tegenover elkaar voor de rechter in een geschil rond een opgezegde overeenkomst

Een opdrachtgever en een architect staan tegenover elkaar voor de rechter in een geschil rond een opgezegde overeenkomst 2560 1707 Ekelmans Advocaten
Broken contract on the desk
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Een architect is voor een opdrachtgever betrokken bij de nieuwbouw van een villa te Bussum. Kort nadat voor het werk een omgevingsvergunning is afgegeven wordt de overeenkomst met de architect door de opdrachtgever opgezegd.

Daartoe worden vier toerekenbare tekortkomingen als opzeggingsgronden aangevoerd. Partijen treffen elkaar bij de rechter die daarover, en over de afrekening van de opdracht en de verschillende aanspraken (architect) en tegen-aanspraken (opdrachtgever), in twee instanties moet oordelen. Deze noot gaat over uitspraak van het hof in het hoger beroep. Dat hoger beroep is overigens door zowel de architect (principaal) als de opdrachtgever (incidenteel) ingesteld.

Klik hier voor de uitspraak van het hof  ECLI:NL:GHARL:2021:9563  rond dit geschil en hieronder voor de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

Werk nagenoeg voltooid, spoedeisend belang?

Werk nagenoeg voltooid, spoedeisend belang? 2560 1709 Ekelmans Advocaten
Verbouwing flat
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Een architect is betrokken bij de renovatie en uitbreiding van een bestaand gebouw. Dat gebouw, in de uitspraak van arbiters genaamd De Toren, is driehoekig van vorm en telt 18 verdiepingen. Onderdeel van de renovatie zijn werkzaamheden aan het gevelmetselwerk.

Tijdens de renovatie ontstaat een geschil tussen de architect en de opdrachtgever, onder meer over de wijze waarop het voegwerk in dat gevelmetselwerk wordt uitgevoerd. Volgens de architect wordt het voegwerk niet uitgevoerd in de kleurstelling die onderdeel is van zijn advies/ontwerp. Het door de architect hierover tegen de opdrachtgever gestarte arbitrale kort geding loopt echter op niets uit omdat de vorderingen van de architect volgens arbiters niet voldoen aan de daarvoor geldende eisen.

Klik hieronder voor de uitspraak van Raad van Arbitrage voor de Bouw 2-7-2019, No. 36.692 rond dit geschil en de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

Architect/constructeur en aannemer/bouwer in gelijke mate aansprakelijk

Architect/constructeur en aannemer/bouwer in gelijke mate aansprakelijk 2560 1709 Ekelmans Advocaten
Architect constructeur aannemer bouwer
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Een nieuw te bouwen school is voorzien van een stalen draagconstructie met betonnen vloeren. Onderdeel van het werk is een uitkraging van twee verdiepingen hoog, die gedragen wordt door vier stalen vakwerkspanten met diagonalen en boutverbindingen. Tijdens de bouw (ver)zakt deze uitkraging.

Onderzoek leert dat ‘slip in de boutverbindingen’ in de genoemde vakwerkspanten de oorzaak van de zakking is. De aannemer verhelpt de (ver)zakking/doorbuiging door de uitkraging op te vijzelen en de
boutverbindingen aan te passen. De procedure gaat over de vraag wie deze kosten moet dragen.

Klik hieronder voor de uitspraak van Raad van Arbitrage voor de Bouw  19-7-2018, No. 35772/36.020 rond dit geschil en de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

Ekelmans & Meijer joins ILG expert-conference Cyber and Privacy in London

Ekelmans & Meijer joins ILG expert-conference Cyber and Privacy in London 1000 465 Ekelmans Advocaten
ILG Conference London
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

On 27 March 2019 insures from all over the world will come together in the Lloyd’s Building in London to be updated by international experts about the key issues regarding Cyber and Privacy in relation to the insurance sector.

This conference is organized by Insurance Law Global, an international network of insurance law firms that offers insurers top level law support for their international activities. Ekelmans & Meijer is a member of ILG.

Would you like to know more about ILG and what this international network can do for you? Please contact Frank Schaaf, partner Insurance at Ekelmans & Meijer.

Contact

Verdeling van schade

Verdeling van schade 2560 1687 Ekelmans Advocaten
Verdeling van schade
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Deze uitspraak van appel-arbiters is interessant vanwege de wijze waarop zij omgaan met de gezamenlijke betrokkenheid van de adviseur (architect) en de aannemer, in hun relatie tot de vorderingen tot schadevergoeding van de opdrachtgevers in verband met diverse problemen in het werk.

Klik hieronder voor de uitspraak van Raad van Arbitrage voor de Bouw  4-6-2018, No. 72.113 rond dit geschil en de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

Instorten Morandibrug bij Genua: de vraag naar oorzaak en schuld

Instorten Morandibrug bij Genua: de vraag naar oorzaak en schuld 2560 1707 Ekelmans Advocaten
Instorten Morandibrug
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Frank Schaaf en Marieke van der Keur belichten in dit artikel, gepubliceerd in de Beursbengel 2019 / nr. 881, hoe deze situatie er onder Nederlandse recht uit zou zien.

De Morandibrug bij Genua werd gebouwd tussen 1963 en 1967. Al vijftig jaar lang vormde zij de toegangsweg naar de stad. Miljoenen toeristen reden over ‘La Superba’ met de auto over de A10-snelweg de stad in. Op dinsdag 14 augustus 2018 stortte de brug in. De schade is enorm. Toen ongeveer 200 meter aan wegdek instortte, vielen voertuigen ruim 80 meter de diepte in en kwamen deels in de Polcevera-rivier terecht, en deels op huizen en fabrieken onder de brug. Er zijn tientallen doden gevallen en tien gewonden werden in het ziekenhuis opgenomen. Een paar honderd mensen raakten dakloos. Direct na de ramp rees de vraag naar de oorzaak én naar wie verantwoordelijk kan worden gehouden voor de schade. Hoe ziet de situatie er onder Nederlandse recht uit?

Auteur

Over verzekerbare en niet-verzekerbare risico’s in de bouw en de herziene UAV-GC: een korte opinie

Over verzekerbare en niet-verzekerbare risico’s in de bouw en de herziene UAV-GC: een korte opinie 2560 1706 Ekelmans Advocaten
Risico's in de bouw
Leestijd: 9 minuten
Lesedauer: 9 Minuten
Reading time: 9 minutes

In het Tijdschrift Aanbestedingsrecht en Staatssteun nummer 3 (juni 2018) breken E.M. van Dam en E. Verweij de lans voor, kort gezegd, een beperking van aansprakelijkheid van de opdrachtnemer onder de
UAV-GC 2005.

Op verzoek van het Tijdschrift voor Bouwrecht bespreekt Frank Schaaf  bespreekt in deze opiniebijdrage enkele nadere overwegingen bij een onderdeel van dit betoog.

TBR 2018/189

Over verzekerbare en niet-verzekerbare risico’s in de bouw en de herziene UAV-GC

Een korte opinie van mr. F.R.A. Schaaf (1)

1. Inleiding

In het Tijdschrift Aanbestedingsrecht en Staatssteun nummer 3 (juni 2018) breken E.M. van Dam en E. Verweij de lans voor, kort gezegd, een beperking van aansprakelijkheid van de opdrachtnemer onder de UAV-GC 2005 (2). De thematiek is actueel tegen de bredere achtergrond van de herziening van die UAV-GC 2005 die in voorbereiding is. Het is een goed onderbouwd betoog voor de stelling dat, en waarom, het in het kader van die herziening van de UAV-GC goed is ook na te denken over zo een beperking van aansprakelijkheid en de verdere systematische inpassing daarvan in de nieuwe regeling.

Op verzoek van de redactie van TBR bespreek ik in deze opiniebijdrage enkele nadere overwegingen bij dat deel van het betoog van de auteurs dat gaat over de verhouding van zo een systematisch uit te denken beperking van aansprakelijkheid van de opdrachtnemer onder de UAV-GC in relatie tot het verzekeringsaspect. Mrs. Van Dam en Verweij schrijven immers, als zij bepleiten in het kader van de herziening van de UAV-GC 2005 een cap op te nemen op de aansprakelijkheid van de aannemer: ‘In dit licht is onderzoek naar de verschillende verzekeringen die een opdrachtnemer kan uitnemen, en de omvang van de dekking daaronder, minder van belang voor de discussie over beperking van aansprakelijkheid’.

Mijn kanttekening bij die benadering zou zijn, dat men door de kwalificatie ‘minder van belang’ potentieel relevante informatie laat liggen. Degene die nadenkt over het antwoord op de vraag welke beperking van aansprakelijkheid van de opdrachtnemer nuttig en nodig is in de aanstaande, herziene UAV-GC, kan zijn antwoord daarop meer diepgang geven indien inzicht bestaat in hetgeen wel (en met name: niet) verzekerbaar is. Voor tal van partijen in het economisch verkeer is de relatie tussen (de omvang van de) aansprakelijkheid en verzekering een directe (3) en naar mijn mening is dat voor de toekomstige versie van de UAV-GC op dit specifieke punt niet anders.

2. Bouwen en verzekeren

Bouwen is een chronologisch proces. Het verloopt van een idee naar een ontwerp, gevolgd door de uitvoering en de oplevering of het gebruik van het werk. De in Nederland gebruikelijke verzekeringsproducten sluiten daar tot op zekere hoogte bij aan: de adviseur die ontwerpt beschikt als het goed is over een passende BA-dekking (beroepsaansprakelijkheid) (4). De aannemer die uitvoert beschikt over een AVB-dekking (aansprakelijkheidsverzekering bedrijven) en voorziet (zelf of via de opdrachtgever) in een CAR-dekking. In de uiteindelijke gebruiksfase richt de aandacht zich op een brand- /opstaldekking en een bedrijfsschadeverzekering.

Elk van deze verzekeringsproducten kent grenzen. Door het trekken van die grenzen worden risico’s wel of niet overgeheveld naar de betrokken verzekeraar. Voor de ontwerpende adviseur zal veelal gelden dat zijn verzekeraar alleen bereid is de risico’s te dragen die voortvloeien uit gebruikelijke voorwaarden, zoals de DNR 2011. Zijn die DNR in afwijking van de polis in een concreet geval niet overeengekomen tussen de adviseur en zijn opdrachtgever, dan bepaalt de polis veelal dat aan de adviseur dekking wordt verleend alsof de voorwaarden van toepassing zíjn.

Een AVB-dekking is belangrijk voor een uitvoerend aannemer. De dekking is meestal gekoppeld aan het begrip ‘schade aan personen of schade aan zaken’ en de daaruit voortvloeiende vermogensschade. Zuivere vermogensschade zal in de regel niet onder zo een polis gedekt zijn. Wie als bouwbedrijf geconfronteerd wordt met de uitloop op een werk en een daaraan gekoppelde boete zal dan ook in de regel niet terug kunnen vallen op zijn AVB. Wie daarentegen tijdens de uitvoering van het werk schade berokkent aan een derde (denk aan een bemaling en heiwerkzaamheden die tot scheurvorming bij belendingen leiden) zal zich gesteund weten door zijn AVB-verzekeraar. De aannemer die als aannemer (en dus niet als ontwerpende bouwer) verzekerd is, moet zich realiseren dat ontwerpen en uitvoeren ook hier niet hetzelfde zijn. Dient zich een ontwerpactiviteit aan dan is in zo een geval afstemming met de verzekeraar aan te bevelen: zo een activiteit zou buiten de verzekerde hoedanigheid kunnen vallen (5).

Een AVB-verzekeraar is ook huiverig voor het overnemen van bepaalde risico’s die men kwalificeert als het ‘quasi eigenaarsrisico’ (6). Een voorbeeld daarvan is te vinden in de zogenaamde opzichtclausule die standaard in AVB-polissen is opgenomen. Wat een aannemer onder zich heeft (bijvoorbeeld het werk in uitvoering of een deel daarvan) kan door de werking van de opzichtclausule buiten de dekking vallen (7). Ook daar vervult de CAR-polis een belangrijke rol. Die CAR-polis (die in de regel is opgebouwd via een rubrieken structuur waarbij vooral Rubriek I (het werk) en Rubriek III (bestaande eigendommen opdrachtgever) voor de aannemer van belang zijn) trekt de grens tussen wel of niet gedekt zijn immers via het antwoord op de vraag of er binnen de gedekte periode (8) sprake is van ‘schade aan het werk’. Als op een werk niets kapot is, en slechts niet of minder functioneert, dan zal de CAR-polis daarvoor dus niet opkomen. Uit het voorgaande volgt ook dat het begrip ‘ontwerpfout’ niet zonder meer betekenis heeft voor de standaard in de bouw beschikbare verzekeringsproducten zoals AVB en CAR: de dekking is daaraan immers niet specifiek gekoppeld.

3. Bouwen, ontwerpen én verzekeren (9)

Het is geen nieuws dat er contracten zijn (opgekomen), waarbij de aannemer belast wordt met een vorm van ontwerpverantwoordelijkheid en dus met het daaraan verbonden risico. In de kern is de problematiek helder. Wie zich als aannemer verbindt tot ontwerpwerk en daarvoor op zijn beurt ontwerpdisciplines inschakelt (architect, raadgevend ingenieur, constructeur) kan geconfronteerd worden met aanspraken terzake het eindproduct. De verzekeringsmarkt is daar al enige tijd op ingesprongen, nadat dekking daarvoor al in het buitenland verkrijgbaar was (10). Ik citeer als voorbeeld een internetpublicatie over de dekking van zo’n verzekering (11):

‘De Bouw Ontwerp Verzekering is een uitgebreide verzekering voor de dekking van ontwerprisico’s. Het biedt aannemers dekking voor materiële schade aan het werk zelf (instortingen e.d.) met inbegrip van daaruit voortvloeiende vermogensschade (bedrijfsschade e.d.) maar ook niet-materiële schade. Hierbij moet meer worden gedacht aan een situatie dat het bouwobject als zodanig niet ‘stuk’ is, maar er toch schade ontstaat en kosten moeten worden gemaakt om het bouwobject zodanig te maken dat het kan worden gebruikt voor het oorspronkelijke doel of functie. Ook bij bijvoorbeeld balkons waarvan geconstateerd wordt dat deze ‘onveilig’ zijn als gevolg van een verkeerd ontworpen verankeringsmethode is er sprake van diverse te maken kosten (stutten, slopen opnieuw opbouwen) om uiteindelijk een goed functionerend eindproduct te leveren’.

Zo een BOV-polis is overigens geen panacee. De dekking is nog steeds begrensd. Uit dezelfde publicatie die hiervoor aan de orde is:

‘De dekking van de Bouw Ontwerp Verzekering geldt voor claims waar de verzekerde wettelijk en/of contractueel aansprakelijk voor is. Het gaat om claims die door derden (bijvoorbeeld de nieuwe eigenaar van een pand) worden ingediend tijdens de looptijd van de verzekering. De claims moeten een gevolg zijn van nalatigheden, fouten en verzuim bij de uitoefening van professionele activiteiten en taken door de aannemer. De activiteiten en taken kunnenbestaan uit het professioneel ontwerpen, het maken van ontwerpspecificaties, supervisie tijdens de uitvoering (van derden), haalbaarheidsstudies en technische specificaties’.

Er moet dus daadwerkelijk sprake zijn van een nalatigheid, fout of verzuim wil een beroep op dekking onder zo een polis kunnen worden gedaan. Deze omschrijving lijkt ruim maar heeft blijkens de rechtspraak daadwerkelijk betekenis als het gaat om het trekken van de grenzen van de dekking. Als in het werk de gevelbekleding niet deugt omdat de toegepaste folie (anders dan gedacht) tot vochtdoorslag leidt, dan is er niet zonder meer dekking omdat die folie niet deugt. Het Hof Amsterdam overweegt over de in dit geval toegepaste polisvoorwaarden van de BOV:

‘Anders dan geïntimeerde heeft aangevoerd, brengt het voorgaande mee dat voor de dekking niet beslissend is of de door geïntimeerde ontworpen en toegepaste folie niet functioneerde in het werk en dat zij contractuele verplichtingen jegens [geïntimeerde] niet is nagekomen. Het enkele feit dat een gebrek is vastgesteld omdat het werk niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen en dit een tekortkoming oplevert in de nakoming van de overeenkomst van onderaanneming, is niet voldoende voor het verzekerd zijn voor de aanspraak van [Z] . Dat is alleen het geval als de aansprakelijkheid voor de geclaimde kosten voortvloeit uit een nalatigheid in het ontwerp van de gevelbekleding. Anders gezegd: de redenering van geïntimeerde gaat uit van de ingetreden gevolgen, maar de dekking knoopt naar het oordeel van het hof aan bij een specifieke oorzaak van de schade, namelijk dat de aansprakelijkheid voor de schade moet voortvloeien uit een nalatigheid in het ontwerp’ (12).

In het kader van de BOV vermeld ik ook nog kort het bestaan van de ‘verborgen gebreken verzekering’ (VGV). Daarover is bij mijn weten geen rechtspraak bekend. Zie ik goed, dan kreeg deze polis bij introductie niet direct de handen van bouwende partijen op elkaar (13): ‘De VGV is gebaseerd op de in het buitenland gangbare Inherent Defects Insurance (IDI). De polis dekt schade door gebreken in bouwprojecten die bij oplevering niet waren ontdekt. Daarbij gaat het om de kosten van reparatie, vervanging of versteviging van het bouwwerk die voorvloeien uit een verborgen gebrek. Dat gebrek moet zijn ontdekt én gemeld gedurende de verzekeringstermijn van tien jaar. Bovendien geldt de eis dat het gebrek moet leiden tot vernietiging of materiële schade aan constructieve delen of tot instortingsgevaar. Aanvullend wordt vergoeding verleend voor slopen en verwijdering van puin en honoraria van advocaten, experts of adviseurs. Als dat nodig is om te voldoen aan voorschriften, worden extra reparatiekosten door veranderingen in het ontwerp, gebruik of toepassing van verbeterde materialen of verbeterde bouwmethodes eveneens vergoed. De VGV is een secundaire verzekering, die standaard verhaalt op de veroorzaker’.

4. Hoe verder?

Van Dam en Verweij signaleren dat opdrachtnemers die gebruik maken van de UAV-GC 2005 er behoefte aan hebben op voorhand hun aansprakelijkheid te kunnen bepalen en zo een regeling ook internationaal gebruikelijk zou zijn. Dat komt mij logisch voor. Het voorzien in die behoefte vraagt een afgewogen visie, die rekening houdt met hetgeen redelijkerwijs verzekerbaar is. Wat niet verzekerbaar is, zal uiteindelijk door de UAV-GC opdrachtnemer moeten worden opgebracht uit eigen middelen. De verhouding tussen de beschikbare verzekeringsdekking, de eigen middelen én de bepleite beperking van aansprakelijkheid bepaalt naar mijn mening uiteindelijk in onderlinge samenhang de mate waarin de nieuwe UAV-GC door gebruikers als redelijk wordt aangemerkt en dus succesvol zal blijken te zijn.

1 Frank Schaaf is als advocaat verbonden aan Ekelmans en Meijer te Den Haag.

2 E.M. van Dam en E. Verweij, ‘Proportionele beperking van aansprakelijkheid in de herziene UAV-GC’, Tijdschrift Aanbestedingsrecht en Staatssteun, 2018/3.

3 Een illustratie daarvan is de bepaling die niet onbekend is in door advocaten gehanteerde voorwaarden: Er wordt geen aansprakelijkheid aanvaard behoudens voor het geval de verplicht afgesloten beroepsaansprakelijkheidsverzekering in voorkomend geval aanspraak op een uitkering geeft.

4 Door architecten die niet zijn aangesloten bij de BNA wordt lang niet altijd een (passende) BA-verzekering afgesloten. Uit eerder onderzoek bleek dat één derde van de Nederlandse architecten niet of onderverzekerd is. Zie S. van Gulijk, European Architect Law, towards a new design (diss. UvT), Apeldoorn: Maklu 2008, p. 143.

5 Zie voor een toepassing daarvan: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 18 augustus 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3239. Het Hof achtte een deskundigenbericht noodzakelijk voor het antwoord op de vraag of de betrokken aannemer nog wel binnen de verzekerde hoedanigheid was gebleven bij de bouw van een varkensstal. Het Hof wilde weten: ‘Is het gebruikelijk dat een aannemer als [Bouwbedrijf] initiatieven ontplooit om af te wijken van oorspronkelijke bouwtekeningen op onder meer het gebied van de materiaalkeuze (kalkzandsteen in plaats van beton), de maatvoering (openingen) en de constructie (verankering), waarbij zij ter zake een en ander a) advies vraagt aan het CVK (door toezending van een schetstekening) en/of door raadpleging van CVK-publicatie 1990 en/of CVK-fotopromotiemateriaal, b) op grond van de praktijk kiest voor een bepaalde uitvoering wat betreft dikte scheidingswanden ten aanzien van opleglengte roostervloeren en c) advies vraagt aan een derde-constructeur ten aanzien van de andere krachtenverdeling op de vloer’.

6 Zie voor een debat over deze bepaling: Rechtbank Overijssel, 23 februari 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:786: ‘Bij het quasi-eigenaarsrisico gaat het om zaken van derden die aan de zorg van verzekerde worden toevertrouwd of die een verzekerde op de een of andere manier onder zijn hoede heeft genomen. In feite worden deze zaken tijdelijk aan de bezittingen van verzekerde toegevoegd. Verzekerde gebruikt die zaken voor zichzelf en heeft ze tot zijn beschikking alsof het zijn eigen zaken zijn. In dat geval oefent verzekerde een zo grote feitelijke macht over die zaken uit, dat de kans op schade vergelijkbaar is met de kans, dat de eigenaar schade toebrengt aan zijn eigen zaken’.

7 Zie bijvoorbeeld Gerechtshof Amsterdam, 13 september 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:BC0320: ‘In opdracht van de v.o.f. Ontwikkelingscombinatie Nieuw-Amerika (OCNA) heeft Midreth aannemingswerkzaamheden verricht aan het pakhuis Australië. Deze werkzaamheden hielden in, kort samengevat, het verwijderen van dak, tussenwanden en vloerdelen (strippen) van dit pakhuis en het verstevigen van de (drie overgebleven) gevels om deze in te passen in ter plaatse te realiseren nieuwbouw. Op 16 september 2002 is brand ontstaan tijdens werkzaamheden van een onderaannemer van Midreth. De gevolgen van deze brand waren zo ernstig dat de voorgenomen inpassing geen doorgang meer kon vinden’. In deze zaak werd het beroep van de verzekeraar op deze clausule overigens verworpen.

8 Meestal te onderscheiden in ‘BT’ (= bouwtermijn) en ‘OHT’ (= onderhoudstermijn).

9 In de wandelgangen: BOV.

10 Een van de eerste melding vind ik per oktober 2007 op de website van bouwwereld.nl: ‘De verzekering dekt het ontwerprisico van de aannemer af. Hiermee speelt dit product in op de toenemende verzekeringseisen die aan aannemers worden gesteld, met name op het gebied van ontwerpaansprakelijkheid.’

11 <>https://www.aon.com/netherlands/producten/pdf/Bouw_Ontwerp_Verzekering_productsheet.pdf<>.

12 Gerechtshof Amsterdam 25 augustus 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:3482.

13 Amweb, 10 april 2008 via https://www.amweb.nl/archief/nieuws/2008/04/bouwwereld-blijft-twijfelenaan-nut-verborgen-gebrekenpolis-10159677.

Auteur

Ekelmans & Meijer invited to join international network of insurance law firms

Ekelmans & Meijer invited to join international network of insurance law firms 1000 465 Ekelmans Advocaten
international network
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

Insurance Law Global (ILG), London, UK has invited the Netherlands based law firm Ekelmans & Meijer to join their international network of insurance law firms. With members around the globe ILG offers international insurers access to top level insurance law support for their international activities.

Member firms all have a strong commitment to the insurance industry and share a common philosophy. They are results-oriented, focused on efficient service delivery and offer practical solutions of a high standard.

Dan Cutts, Senior Partner at UK law firm Weightmans LLP and founding member of ILG:

“We are delighted to welcome Ekelmans & Meijer to ILG. As a leading insurance firm in the Netherlands with a wealth of international and multi-jurisdictional experience, E&M are committed to providing commercial, intuitive solutions to clients, are alive to opportunities presented by globalisation and understand the diverse requirements of insurers – a fantastic addition to the network.”

Ekelmans & Meijer can draw up a wealth of expertise, built up during decades of servicing national and international insurance firms. With long lasting relations with leading national and international insurers, the Insurance & Liability Team helps them whenever their business meets legal challenges. With Insurance litigation and advocacy services to clients in all areas.

Jan Ekelmans and Frank Schaaf, Insurance partners at Ekelmans & Meijer:

“We see a trend towards internationalization of Insurance firms and their insurance products. Joining this network enables closer cooperation with our clients”.

The international cooperation of Ekelmans & Meijer is in line with its international focus, also outside the insurance industry: as an active member of Legalink, an international network of law firms and with a large German Desk, which cooperates with German companies in their activities in the Netherlands and supports Dutch companies with their activities in Germany.

Andrea van de Velde, director at the The Hague office, emphasizes the great value of the international network ILG:

“Through our lawyers, clients literally have access to a world of relevant expertise and networks. It is a privilege for our firm to be part of Insurance Law Global and it fits our strategy of further internationalization.”

https://www.ekelmansadvocaten.com/en/insurance-corporate/#insurance

Contact

Hoofdelijkheid in de bouw

Hoofdelijkheid in de bouw 1400 1082 Ekelmans Advocaten
Frank Schaaf
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

Wat is hoofdelijkheid?

Zie art. 6:102 lid 1 BW: “Rust op ieder van twee of meer personen een verplichting tot vergoeding van dezelfde schade, dan zijn zij hoofdelijk verbonden”.

Een voorbeeld

Een bekende toepassing van deze bepaling in de bouwschadepraktijk is de uitspraak van de Hoge Raad in de zaak Nugteren/Meskes. De twee-onder-een kap woning van Meskes verzakt als gevolg van twee oorzaken. Enerzijds werkzaamheden en bouwverkeer naast en langs zijn woning. Anderzijds werkzaamheden in de aangrenzende woning waarmee Meskes geschakeld is. Deskundigen geven aan dat de verdeling tussen beide oorzaken geschat wordt op 1/3e en 2/3e.

De werkzaamheden van de buren hebben samen de gehele schade veroorzaakt. Toch is één van hen voor die hele schade hoofdelijk en voor het geheel aansprakelijk. Hij kan wel regres nemen op zijn mede-aansprakelijke partij voor diens aandeel.

Een recente uitspraak van arbiters

Op 17 mei 2017 heeft “de bouwrechter” in Nederland (Raad van Arbitrage voor de Bouw te Utrecht) een uitspraak gedaan in een zaak waarin deze hoofdelijkheid een belangrijke rol speelt.

Het werk en de schade

Een opdrachtgever realiseert een appartementencomplex. Onderdeel van het werk is het aanbrengen van prefab betonnen constructies voor balkons en binnenwanden.

Bij oplevering wordt al scheurvorming vastgesteld bij de oplegging van de prefab balkons. De scheurvorming verergert na oplevering en doet zich uiteindelijk bij vrijwel alle opleggingen van de balkons voor. Onderzoek leert dat onvoldoende speling op de verankering tussen de prefab balkons en prefab wanden aanwezig is. De schade is aanzienlijk.

Zowel de hoofdaannemer als de constructeur worden door de opdrachtgever aansprakelijk gesteld en arbitrage volgt.

Hoofdelijke aansprakelijkheid

Arbiters oordelen dat de balkons niet zijn voorzien van een oplegvoorziening in de vorm van glijvilt. Anderzijds zijn de prefab balkons ook “aangegoten” waardoor de balkons volledig star zijn geworden. In de scheurvorming kon kennelijk niet onderscheiden worden tussen de ene en de andere oorzaak.

Deze beide oorzaken komen volgens arbiters voor rekening van aannemer en constructeur. Aannemer heeft nagelaten te voorzien in het glijvilt, wat het bestek eiste. De constructeur diende het aansluitdetail (tussen balkon en de rest van de constructie) te verzorgen maar heeft dat niet gedaan of is daarin niet duidelijk geweest. Volgens arbiters zijn aannemer en constructeur hoofdelijk aansprakelijk.

De werking van de algemene voorwaarden

Adviseurs in de bouw (en hun verzekeraars) moeten de uitspraak maar aandachtig lezen. De algemene voorwaarden die de betrokken constructeur heeft gehanteerd beperken het effect van de hoofdelijkheid. Het illustreert hoe belangrijk het is dat adviseurs zich op hun voorwaarden (zoals de DNR) kunnen beroepen teneinde hun bedrijfsrisico’s in goede banen te leiden.

Tijdschrift voor Bouwrecht

Wilt u meer weten? Klik dan hiervoor het Tijdschrift voor bouwrecht waarin Frank Schaaf de uitspraak van commentaar voorziet.

Auteur

Toerekenbare tekortkoming adviseur

Toerekenbare tekortkoming adviseur 2560 1707 Ekelmans Advocaten
Toerekenbare tekortkoming adviseur
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

De hier opgenomen uitspraak van appelarbiters gaat over de vraag of een adviseur toerekenbaar tekort is gekomen jegens zijn opdrachtgever door een CAR polis (die afwijkt van wat het bestek van de aannemer vraagt) goed te keuren.

Vervolgens komt de vraag op of, gelet op de toepasselijke DNR 2005, de eventuele tekortkoming van de adviseur ook verdere juridische gevolgen heeft omdat aan de overige voorwaarden voor aansprakelijkheid en schadevergoeding, als omschreven in art. 13 DNR 2005, is voldaan. Appelarbiters komen tot een ander oordeel dan arbiter in eerste aanleg.

Klik hieronder voor de uitspraak van Raad van Arbitrage voor de Bouw  8-6-2017, No. 72.077 rond dit geschil en de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.