Verzekering

Heeft een betrokkene recht op inzage in het door of namens de verzekeraar gevormd schadedossier?

Heeft een betrokkene recht op inzage in het door of namens de verzekeraar gevormd schadedossier? 1512 1006 Ekelmans Advocaten
Schadedossier inzagerecht
Leestijd: 5 minuten
Lesedauer: 5 Minuten
Reading time: 5 minutes

De realiteit van onze datagedreven samenleving is dat wij niet precies weten welke gegevens er over ons worden verwerkt. Wij hebben het recht om persoonsgegevens die over ons zijn verzameld in te zien, zodat wij ons van het gebruik daarvan kunnen vergewissen en kunnen nagaan of onze persoonsgegevens rechtmatig worden gebruikt. Het inzagerecht lijkt een algemeen en breed geformuleerd recht. Betekent dit dat een betrokkene recht op inzage heeft in het (gehele) schadedossier dat de verzekeraar heeft opgesteld? In dit blog geef ik antwoord op deze vraag.

Bron: VAST 2022 / B-0034, Anne-Mieke Dumoulin-Siemens, e-ISSN 2667-307X, M.A.D.Lex

Definitie persoonsgegevens en reikwijdte inzagerecht

Het inzagerecht van artikel 15 Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft alleen betrekking op persoonsgegevens. Een persoonsgegeven is alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon (artikel 4 lid 1 AVG). De hiervoor geformuleerde vraag lijkt daarmee te kunnen worden beantwoord: de betrokkene heeft recht op inzage in de persoonsgegevens die de verzekeraar van hem in het schadedossier heeft opgenomen. Echter, dit antwoord moet op basis van jurisprudentie worden genuanceerd.

De reikwijdte van het begrip persoonsgegevens bepaalt welke gegevens de verzekeraar op grond van het inzagerecht aan de betrokkene moet verstrekken. Volgens het Europees Hof van Justitie (HvJ EU) moet het begrip persoonsgegevens ruim worden uitgelegd. Zo oordeelde het HvJ EU dat feitelijke of waarderende uitlatingen over eigenschappen, opvattingen of gedragingen van een persoon, persoonsgegevens zijn. In de Nowak-zaak (ECLI:EU:C:2017:994) ging het om een analyse door een examinator van het examen van een examenkandidaat.

De rechtspraak in Nederland heeft het inzagerecht met betrekking tot het schadedossier op basis van de definitie van persoonsgegevens nader ingevuld en verduidelijkt. Een schadedossier bestaat uit verschillende documenten. Zo kan het interne notities, telefoonnotities en correspondentie tussen de verzekeraar en diens advocaat bevatten, maar ook medische adviezen. Hierna geef ik aan of, en zo ja in hoeverre, deze documenten persoonsgegevens zijn en dus onder de reikwijdte van het inzagerecht vallen. Ik wijs er daarbij kort op dat het in beginsel volstaat om een overzicht van de persoonsgegevens aan de betrokkene te verstrekken. De betrokkene kan op basis van de huidige rechtspraak niet het recht aan de AVG ontlenen een kopie te verkrijgen van de documenten waarin de persoonsgegevens staan.

Welke documenten uit het schadedossier vallen onder het inzagerecht?

  1. Interne notities en Telefoonnotities
    Notities die uitsluitend de persoonlijke gedachten of (beleids)opvattingen van medewerkers van de verzekeraar of van derden bevatten en die uitsluitend bedoeld zijn voor intern overleg, beraad of besluitvorming, zijn geen persoonsgegevens en vallen niet onder het inzagerecht. Wanneer een notitie echter (ook) persoonsgegevens bevat, moet men deze persoonsgegevens bij een inzageverzoek aan de betrokkene verstrekken. Dat kan bijvoorbeeld door een kopie van de notitie te verstrekken waarin de persoonlijke gedachten en interne aantekeningen zwart gemaakt zijn (HvJ EU 17 juli 2014 (IND), ECLI:EU:C:2014:2081 r.o 58) of door een overzicht van de persoonsgegevens te verschaffen. Let wel, het volstaat niet om een notitie als titel ‘interne notitie’ mee te geven. Daarmee valt de notitie niet automatisch buiten het bereik van het inzagerecht. Het gaat om de inhoud van de notitie.Mijn advies aan de verzekeraar is om aandacht te besteden aan wat hij vastlegt in een interne notitie. Overwegingen die de betrokkene betreffen, kwalificeren in beginsel als een persoonsgegeven en moet de verzekeraar bij een inzageverzoek verstrekken.
  2. Stukken relatie verzekeraar en advocaat
    De betrokkene heeft geen recht op inzage in de correspondentie tussen de verzekeraar en zijn advocaat. Dat valt onder de bescherming van de vertrouwelijke relatie tussen beiden.
  3. Medisch advies
    Het is de vraag of medisch advies een persoonsgegeven is. De kans bestaat dat de Hoge Raad zijn standpunt hierover gaat wijzigen. In het Waterlandziekenhuis-arrest (ECLI:NL:HR:2018:365) oordeelde de Hoge Raad eerder nog dat een medisch advies geen persoonsgegeven betreft.

Is een analyse van persoonsgegevens (gezondheidsgegevens) zelf ook een persoonsgegeven?

Een medisch adviseur beoordeelt in opdracht van de verzekeraar het medisch dossier van een patiënt en geeft daarover een oordeel. In letselschadedossiers gebruikt de verzekeraar de analyse van de medisch adviseur bij de beslissing of een uitkering kan worden gedaan. In geval van een beroepsaansprakelijkheidsdossier onderzoekt de medisch adviseur of de behandeling van de desbetreffende patiënt door de behandelend arts volgens de regels plaatsvond. In beide voorbeelden baseert de medisch adviseur zijn analyse op de gezondheidsgegevens van de patiënt zonder deze zelf aan een (lichamelijk) onderzoek te onderwerpen. De vraag hierbij is of een analyse van persoonsgegevens (gezondheidsgegevens) zelf ook een persoonsgegeven is.

De algemene opvatting in de rechtspraak is dat een dergelijke medische analyse geen persoonsgegeven is en dus niet onder het inzagerecht valt (Waterlandziekenhuis-arrest (ECLI:NL:HR:2018:365). De medische analyse – zo is de redenering – verzamelt geen nieuwe persoonsgegevens van de patiënt, omdat die niet berust op een onderzoek waaraan de patiënt werd onderworpen. Ook is het medisch advies niet opgesteld in het kader van de behandeling van de patiënt en is het niet noodzakelijk voor een goede medische hulpverlening aan de patiënt. De patiënt in kwestie heeft dus op grond van artikel 15 AVG wel recht op inzage in zijn medisch dossier, maar niet op inzage in het medisch advies.

Cassatie in het belang der wet tegen een beslissing van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Recent heeft procureur-generaal T. Hartlief (hierna: Hartlief) een oordeel van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in een beroepsaansprakelijkheidskwestie aangegrepen om cassatie in het belang van de wet in te stellen bij de Hoge Raad. Hartlief verzoekt de Hoge Raad de vraag te beantwoorden of een betrokkene doorgaans recht zal hebben op inzage in een medisch advies waaraan zijn medische gegevens ten grondslag liggen. Hij is zelf van mening – zo schrijft hij in zijn conclusie aan de Hoge Raad (ECLI:NL:PHR:2022:762) – dat een medisch advies wel een persoonsgegeven is. Daarom is het volgens Hartlief verdedigbaar dat artikel 15 AVG in beginsel wel een recht op inzage in een medisch advies schept. Als de analyse van een examinator over het examen van een examenkandidaat een persoonsgegeven is (zie de Nowak-zaak waaraan ik hiervoor refereer), waarom zou de analyse van een medisch adviseur dat dan niet zijn, zo vraagt Hartlief zich af.

Toch zal het beroep van een betrokkene op inzage in een medisch advies volgens Hartlief niet kunnen slagen. Het inzagerecht is immers geen absoluut recht, maar kan worden beperkt door de rechten en vrijheden van anderen (artikel 15 lid 4 jo. 23 AVG), in dit geval het recht van het ziekenhuis op grond van artikel 6 EVRM op verdediging en ongestoorde standpuntbepaling. Een ziekenhuis of een aansprakelijkheidsverzekeraar moet een medisch adviseur om advies kunnen vragen zonder het risico te lopen dat de medische analyse aan de patiënt/wederpartij moet worden openbaard.

Uitspraak van de Hoge Raad volgt

Als de Hoge Raad de conclusie van Hartlief volgt, heeft dit (verstrekkende) gevolgen voor de reikwijdte van het inzagerecht. Als het medisch advies een persoonsgegeven is, valt het onder het inzagerecht. De verzekeraar kan een inzageverzoek niet meer afdoen met een korte en algemeen geformuleerde verwijzing naar het feit dat een medisch advies geen persoonsgegeven is. De verzekeraar zal moeten onderbouwen waarom zijn recht op ongestoorde gedachtewisseling in het specifieke geval zwaarder weegt dan het recht van de betrokkene op inzage in het medisch advies. Het arrest van de Hoge Raad wordt verwacht op 17 februari 2023. Dan weten wij meer.

Meer weten over het privacyrecht?

Het gebruik van persoonsgegevens is in veel processen onmisbaar om een goede dienstverlening aan uw klanten te kunnen bieden. De wetgeving die deze verwerkingen beheerst is echter complex, zeker als het gaat om bijzondere persoonsgegevens. U moet voldoen aan de strenge verplichtingen van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/ GDPR), van de UAVG en aan de gedragscodes uit uw branche. Onze Privacy Desk helpt u om persoonsgegevens (commercieel) zo optimaal mogelijk te benutten én tegelijkertijd de privacy van uw klanten te waarborgen.

Auteur

Anne-Mieke Dumoulin-Siemens is specialist ondernemingsrecht en privacyrecht. Zij is een kundige gesprekspartner voor (internationale) commerciële ondernemingen en non-profit organisaties. Cliënten waarderen haar juridische adviezen vanwege de praktische en commerciële uitvoerbaarheid ervan.

Interpolis schiet niet tekort bij uitvoering rechtsbijstandsverzekering

Interpolis schiet niet tekort bij uitvoering rechtsbijstandsverzekering 1500 1000 Ekelmans Advocaten
woningbezitter wil rechtsbijstand
Leestijd: 3 minuten
Lesedauer: 3 Minuten
Reading time: 3 minutes
Expertise:

Een woningbezitter wil bij een geschil met zijn aannemer gebruikmaken van de rechtsbijstandsverzekering van verzekeraar Interpolis. Interpolis ziet echter geen kans van slagen in de zaak en wil geen rechtsbijstand verlenen. De man stapt naar het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid), maar haalt daar bakzeil.

Frederike Rijpkema licht de zaak toe.

Wat is er gebeurd?

Het geschil heeft te maken de verbouwing van het huis van de verzekerde. Volgens de woningbezitter heeft de aannemer voorafgaand aan de werkzaamheden geen constructieberekening laten zien met betrekking tot het verwijderen van een draagbalk. Daarnaast is hij niet tevreden over de manier waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd. Hij vraagt Interpolis om rechtsbijstand, maar die ziet geen redelijke kans van slagen om de aannemer aan te spreken. Volgens Interpolis moet de woningbezitter voldoende kunnen onderbouwen dat er gebreken zijn. De woningbezitter dient een klacht in bij de interne geschillenregeling van Interpolis en neemt intussen zelf contact op met de aannemer om het geschil op te lossen.

De verzekerde stapt naar Kifid

Volgens de woningbezitter is Interpolis tekortgeschoten in de uitvoering van de rechtsbijstand. De behandeling van de zaak is stilgelegd in afwachting van de uitkomst van de geschillenregeling. Hierdoor moest de man zelf contact opnemen met de aannemer, waardoor hij extra kosten maakte. Volgens de man heeft Interpolis hem  geadviseerd om er zelf met de aannemer uit te komen. De partijen komen er onderling niet uit en de man stapt naar Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening).

Kifid: Interpolis adviseerde verzekerde niét om het met de aannemer zelf op te lossen

“Het staat vast dat tussen de verzekerde en de behandelaar een verschil van mening is ontstaan over het advies van de verzekeraar over de haalbaarheid van de zaak. Interpolis heeft de gebruikelijke geschillenregeling aangeboden en de woningbezitter heeft meegedeeld daarvan gebruik te maken. De behandeling van de zaak is in afwachting van een second opinion aangehouden. Uiteindelijk heeft de second opinion niet plaatsgevonden, omdat de man het geschil met de aannemer zelf heeft opgelost. Hij geeft aan dat hij dit heeft gedaan op advies van de uitvoerder. De commissie kan echter uit de stukken niet afleiden dat Interpolis hem het advies heeft gegeven om de aannemer te benaderen om tot een oplossing te komen, daarnaast kan de man deze stelling niet verder onderbouwen”, aldus de geschillencommissie. De geschillencommissie onderkent dat de reactie van Interpolis richting de man door drukte langer heeft geduurd dan normaal. Dit betekent  nog niet dat Interpolis verplicht is de gestelde schade te vergoeden. Overigens was de woningbezitter al met de aannemer tot een oplossing gekomen. De beslissing om contact op te nemen met de aannemer moet dan ook los worden gezien van het feit dat Interpolis een langere termijn hanteerde om te reageren.

“Hoewel de commissie begrijpt dat de consument een snelle oplossing wenste, kan de keuze om de aannemer zonder overleg met de uitvoerder te benaderen en de daardoor gemaakte extra kosten niet worden afgewenteld op de uitvoerder”, zo stelt de geschillencommissie. Ze komt dan ook tot de slotsom dat de uitvoerder niet toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van de rechtsbijstand. De uitspraak is bindend.

Redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot

Hoewel de commissie dit niet expliciet heeft benoemd dient het handelen van de rechtsbijstandsverlener te worden getoetst aan de maatstaf ‘redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot’. Dat  de verzekeraar een langere reactietermijn hanteerde dan gebruikelijk maakt volgens de commissie nog niet dat hij daarmee tekort is geschoten. Deze situatie  leidde namelijk niet tot de hogere kosten voor de woningbezitter. Volgens de commissie heeft dat namelijk te maken met het feit dat hij zonder overleg met de verzekeraar op eigen houtje (ongunstige) afspraken heeft gemaakt met de aannemer. Deze hogere kosten kunnen niet worden afgewenteld op de rechtsbijstandsverlener. De zaak was misschien anders afgelopen als de woningbezitter kon aantonen dat de verzekeraar hem had geadviseerd om er onderling met aannemer uit te komen. De commissie was dan mogelijk tot de conclusie gekomen dat de verzekeraar zelf de regie had moeten nemen om zo gunstig mogelijke afspraken te maken met de aannemer.

Deze bijdrage van advocaat Frederike Rijpkema verscheen eerder (in gewijzigde vorm) op AMweb.

Meer weten over verzekeringsrecht?

U acteert in een snel veranderende wereld. Onze verzekeringsspecialisten kennen de details van uw markt. Uw werkterrein laat zich niet in één activiteit of in één juridisch deelgebied vangen. Daarom staan advocaten met verschillende aandachtsgebieden klaar om u te adviseren.

Ons team Verzekering behartigt de belangen van grote en gespecialiseerde verzekeraars en hun verzekerden. Wij houden ons bezig met aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht in de breedste zin van het woord en werken voor zorgverzekeraars, schadeverzekeraars en levensverzekeraars.

Auteur

Frederike Rijpkema behandelt als advocaat uiteenlopende verzekeringsrechtelijke kwesties. Zo houdt zij zich bezig met aansprakelijkheidszaken, dekkingsgeschillen en beroepsaansprakelijkheidszaken voor verzekeraars.

Valt oplichting onder de dekking van een aankoopverzekering?

Valt oplichting onder de dekking van een aankoopverzekering? 600 399 Ekelmans Advocaten
dekking aankoopverzekering creditcard
Leestijd: 5 minuten
Lesedauer: 5 Minuten
Reading time: 5 minutes
Expertise:

Een consument koopt een videokaart en probeert deze met winst te verkopen, maar wordt hierbij opgelicht. Hij heeft een aankoopverzekering en wenst uitkering van zijn schade. Verzekeraar Chubb wijst vergoeding van het aankoopbedrag af, omdat alleen de risico’s van diefstal en verlies gedekt zijn. De verzekerde stapt naar het Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening), maar deze stelt de verzekeraar in het gelijk.

[1] HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793, Chubb/Europoint
Diederik Hulsbergen licht de zaak toe.

Waarop wil de consument aanspraak maken?

Een consument heeft een videokaart gekocht met zijn creditcard. Aan deze creditcard zit een aankoopverzekering gekoppeld, die dekking biedt tegen de risico’s van verlies, beschadiging of diefstal van goederen die zijn bestemd voor privégebruik. Enkele dagen na aanschaf heeft de verzekerde de videokaart doorverkocht via Facebook Marketplace. Daarbij heeft de koper op zijn telefoon aan de consument laten zien dat hij de overeengekomen koopprijs overmaakte via zijn bank-app. De verzekerde heeft de betaling vervolgens niet daadwerkelijk ontvangen en doet bij de politie aangifte van oplichting. Vervolgens wil hij bij Chubb aanspraak maken op vergoeding van de schade die hij door de oplichting heeft geleden. De verzekeraar wijst de vergoeding af, omdat oplichting niet onder de dekking van de verzekering valt.

Valt oplichting onder de dekking van een aankoopverzekering?

De verzekerde neemt geen genoegen met de dekkingsafwijzing. Volgens hem is er sprake van diefstal in de zin van de polisvoorwaarden. Daarbij voert de verzekerde aan dat de koper zich de videokaart wederrechtelijk heeft toegeëigend in de zin van artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht. Doordat betaling uiteindelijk niet heeft plaatsgevonden, zou de videokaart nog steeds het eigendom van de verzekerde zijn. Onder verwijzing naar de Van Dale denkt de verzekerde dat zijn schade ook gedekt is als ‘verlies’ in de zin van de polisvoorwaarden. De verzekerde stelt zich op het standpunt dat uit dekking voor ‘verlies, diefstal en beschadiging’ volgt dat een brede dekking is beoogd, zodat oplichting daar ook onder valt.

“Of de schade van de consument onder de dekking van de aankoopverzekering valt, hangt af van wat in de verzekeringsvoorwaarden is bepaald. De consument en de verzekeraar hebben niet onderhandeld over de voorwaarden van de aankoopverzekering. Dan geldt dat de uitleg van die voorwaarden met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoordingen waarin de voorwaarden zijn gesteld, gelezen in het licht van de verzekeringsvoorwaarden als geheel”, aldus de geschillencommissie.

‘Verlies’ en ‘diefstal’ te ruim uitgelegd

Allereerst staat de commissie stil bij welke betekenis er aan ‘de polisvoorwaarden als geheel’ toekomt. Er wordt daarbij benadrukt dat het gaat om een aankoopverzekering. Deze biedt dekking voor het risico dat de verzekerde door een onverwachte gebeurtenis zelf geen gebruik meer kan maken van de aangekochte zaken. De aankoopverzekering is geen verkoopverzekering, waardoor de verzekeraar geen dekking beoogt te bieden voor het risico verbonden is aan de verkoop van zaken. Dit laatste is in de situatie van de verzekerde juist wel het geval: de verzekerde is opgelicht bij de verkoop van de videokaart.

Daarnaast is er geen sprake van diefstal. De verzekerde had met de koper een koopovereenkomst gesloten. De koper had dus toestemming de videokaart in zijn bezit te verkrijgen. De geschillencommissie oordeelt: “De Van Dale definieert ‘stelen’ als ‘iets van een ander wegnemen om het voor zichzelf te houden’. De verzekerde heeft de videokaart vrijwillig afgestaan aan de koper in de veronderstelling dat de koopprijs was betaald. De koper had dus toestemming om de videokaart mee te nemen. Alleen al gelet hierop is de videokaart niet ‘weggenomen’ door de koper en is dus ook geen sprake van ‘diefstal’”.

Ook de stelling dat er sprake zou zijn van ‘verlies’ van de videokaart gaat voor de geschillencommissie niet op. Nu de verzekerde is opgelicht bij de verkoop van de videokaart is duidelijk dat hij de videokaart niet ongemerkt is kwijtgeraakt. Hij kan dus geen beroep doen op dekking voor ‘verlies’ van de videokaart onder de aankoopverzekering.

Subjectieve en objectieve uitlegmethode

Er bestaan grofweg twee manieren om een bepaling uit te leggen, indien partijen het over de inhoud daarvan oneens zijn. De Hoge Raad heeft de subjectieve uitlegmethode (de Haviltex-norm) ontwikkeld waarbij de individuele partijbedoeling en redelijke verwachting tussen partijen centraal staan. Ook is er een objectieve uitlegmethode (de cao-norm) ontwikkeld voor bepalingen die uniform gelden voor meerdere partijen en waarover dus niet met individuele wederpartijen onderhandeld pleegt te worden. De objectieve uitlegmethode is in het Chubb/Europoint-arrest[1] nader geconcretiseerd voor verzekeringsovereenkomsten. Hieruit volgt dat de uitleg van polisvoorwaarden met name afhankelijk is van objectieve factoren, zoals de bewoording van de desbetreffende bepaling, gelezen in het licht van de polisvoorwaarden als geheel. Bij twijfel over de betekenis van de bewoording gaat echter de voor de verzekerde meest gunstige uitleg voor, de zogenaamde ‘contra proferentem-regel’ (artikel 6:238 lid 2 BW).

In dat geval zou volgens de verzekerde de verzekeraar met het hanteren van de termen ‘verlies, diefstal en beschadiging’ de bedoeling hebben gehad om een brede dekking te bieden.

Het oordeel van de geschillencommissie

In deze kwestie is sprake van een bepaling die uniform voor verzekerden geldt. Een objectieve uitleg, rekeninghouden met de contra proferentem-regel, ligt dus voor de hand. De geschillencommissie kijkt voor de uitleg van de bepaling dan ook terecht naar de definities van de termen ‘diefstal’ en ‘verlies’. Aan de hand daarvan oordeelt de geschillencommissie dat de verzekerde deze gehanteerde termen te ruim uitlegt door hier de gevolgen van oplichting bij verkoop in te lezen. Door de definities te lezen in het licht van de overeenkomst als geheel (het betreft hier een aankoopverzekering, geen verkoopverzekering, aldus de commissie), houdt de commissie vast aan de uitlegmethode uit het Chubb/Europoint-arrest.

De geschillencommissie gaat niet verder in op de contra proferentem-regel. Deze regel is met name van toepassing wanneer er niet objectief kan worden bepaald welke betekenis aan een bepaling toekomt. In dit geval kon de geschillencommissie dat aan de hand van het definiëren van de termen wél bepalen, gelezen in het licht van de voorwaarden als geheel. Toepassing van deze voorkeursuitleg is daarom overbodig. De geschillencommissie beslecht dit geschil correct in lijn met het Chubb/Europoint-arrest. De uitspraak is bindend. Lees de uitspraak van de Geschillencommissie Financiële Dienstverlening (kifid).

[1] HR 16 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2793, Chubb/Europoint.

Deze bijdrage van advocaat Diederik Hulsbergen verscheen eerder (in gewijzigde vorm) op AMweb.

Meer weten over verzekeringsrecht?

U acteert in een snel veranderende wereld. Onze verzekeringsspecialisten kennen de details van uw markt. Uw werkterrein laat zich niet in één activiteit of in één juridisch deelgebied vangen. Daarom staan advocaten met verschillende aandachtsgebieden klaar om u te adviseren.

Ons team Verzekering behartigt de belangen van grote en gespecialiseerde verzekeraars en hun verzekerden. Wij houden ons bezig met aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht in de breedste zin van het woord en werken voor zorgverzekeraars, schadeverzekeraars en levensverzekeraars.

Auteur

Diederik Hulsbergen behandelt als advocaat uiteenlopende verzekeringsrechtelijke kwesties. Zo houdt hij zich bezig met beroepsaansprakelijkheid en met verzekeringsvraagstukken op het gebied van (zorg)verzekeringsfraude en polisvoorwaarden.

Kan een profvoetballer zijn werkgever aansprakelijk stellen voor het oplopen van hersenschade?

Kan een profvoetballer zijn werkgever aansprakelijk stellen voor het oplopen van hersenschade? 1991 2550 Ekelmans Advocaten
Voetbal kopstoot
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

Medisch onderzoek wijst uit dat ongeveer 20% van de voetbalblessures opgelopen tijdens wedstrijden bestaat uit hersenschuddingen. Als beroepsvoetballer heb je een arbeidsovereenkomst met de club waarvoor je speelt. De centrale vraag in deze bijdrage van Diederik Hulsbergen, gepubliceerd in Voetbal- & Sportjuridische Zaken is: in hoeverre kunnen profvoetballers die letselschade lijden door het oplopen van acute hersenschade door de uitoefening van hun sportwerkzaamheden, deze schade succesvol verhalen op hun werkgever? M.a.w. is er sprake van werkgeversaansprakelijkheid voor de voetbalclub?

Op grond van artikel 7:658 BW geldt dat werkgevers de dwingendrechtelijke plicht hebben om dusdanige maatregelen ten behoeve van de veiligheid te nemen als nodig is om schade aan werknemers te voorkomen.

Wanneer werknemers toch schade oplopen door hun werkzaamheden, kunnen zij op grond van dit artikel hun werkgever daarvoor aansprakelijk stellen.

De vraag rijst hoe artikel 7:658 BW geïnterpreteerd moet worden in de situatie van een beroepsvoetballer, nu diens werkzaamheden naar hun sport-specifieke aard en inhoud zo anders zijn dan bij andere beroepen.

Meer weten over aansprakelijkheid?

Omdat de financiële gevolgen van een aansprakelijkstelling groot zijn, wilt u als verzekeraar juridisch alles goed regelen. Als uw juridische afdeling met complexe of zeer gespecialiseerde vragen te maken krijgt, bieden onze gespecialiseerde advocaten uitkomst.

Wij treden op voor verzekeraars, hun verzekerden en andere professionele partijen, zowel in discussies over aansprakelijkheid als over dekking. Wij procederen als het moet, maar voorkomen een procedure als dat kan.

Auteur

Diederik Hulsbergen behandelt als advocaat uiteenlopende verzekeringsrechtelijke kwesties. Zo houdt hij zich bezig met beroepsaansprakelijkheid en met verzekeringsvraagstukken op het gebied van (zorg)verzekeringsfraude en polisvoorwaarden.

Een opdrachtgever en een architect staan tegenover elkaar voor de rechter in een geschil rond een opgezegde overeenkomst

Een opdrachtgever en een architect staan tegenover elkaar voor de rechter in een geschil rond een opgezegde overeenkomst 2560 1707 Ekelmans Advocaten
Broken contract on the desk
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Een architect is voor een opdrachtgever betrokken bij de nieuwbouw van een villa te Bussum. Kort nadat voor het werk een omgevingsvergunning is afgegeven wordt de overeenkomst met de architect door de opdrachtgever opgezegd.

Daartoe worden vier toerekenbare tekortkomingen als opzeggingsgronden aangevoerd. Partijen treffen elkaar bij de rechter die daarover, en over de afrekening van de opdracht en de verschillende aanspraken (architect) en tegen-aanspraken (opdrachtgever), in twee instanties moet oordelen. Deze noot gaat over uitspraak van het hof in het hoger beroep. Dat hoger beroep is overigens door zowel de architect (principaal) als de opdrachtgever (incidenteel) ingesteld.

Klik hier voor de uitspraak van het hof  ECLI:NL:GHARL:2021:9563  rond dit geschil en hieronder voor de gastnoot die Frank Schaaf hierbij heeft geschreven.

Auteur

Ekelmans blijft stijgen in de ranglijst van beste advocatenkantoren

Ekelmans blijft stijgen in de ranglijst van beste advocatenkantoren 2000 1436 Ekelmans Advocaten
Legal500_EMEA_2022_Ekelmans
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

De Legal 500 beoordeelt de sterke punten van advocatenkantoren in meer dan 150 rechtsgebieden. De ranglijst belicht de teams die het meest vooruitstrevende en innovatieve advies geven aan hun cliënten. Het onderzoek van Legal 500 is o.a. gebaseerd op feedback van cliënten. We zijn daarom extra trots op onze opmars in deze ranglijst!

Legal 500 zegt het volgende over ons Insurance-team:

Noted for its international focus, the team at Ekelmans Advocaten – Insurance & Corporate has many years of experience handling a wide variety of liability and insurance law issues for clients. It provides a range of services to large and niche insurance companies, such as advice on compliance with financial regulations, assistance with privacy-related questions and policy wording. In addition, with the group comprising of seasoned Supreme Court litigators, it is also a strong choice for complex insurance claims; areas of expertise in this space include professional liability, fraud, D&O and personal injury. Hanco Arnold leads the team, which also includes Frank Schaaf, Jan Ekelmans, Astrid van Noort and Daan Spoormans.

Een paar citaten van onze cliënten:

‘Ekelmans Advocaten – Insurance & Corporate’s ability to quickly solve difficult situations makes them a priceless asset to clients.’

‘The people I work with are, without exception, nice and very approachable. They go the extra mile when necessary. The way in which they take the lead in a file is pleasant, without losing sight of the role of the client. Another thing that makes them unique is how they involve the client in legal cases, both in terms of content and procedure.’

‘The lawyers working at Ekelmans Advocaten – Insurance & Corporate know the insurance business inside out and have all the resources and knowledge they need to stand by insurance companies and their insured in their legal matters. Not only do they give well-founded legal advice, they also know how to solve insurance issues in a more pragmatic way (while taking into account the interests of all parties involved). Something that is essential in the insurance business.’

Lees meer op de Legal 500 website

Contact

Aansprakelijkheid in sport en spel: hoe zat het ook al weer?

Aansprakelijkheid in sport en spel: hoe zat het ook al weer? 671 434 Ekelmans Advocaten
Aansprakelijkheid sport
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

In de eerste Beursbengel van 2022 bespreekt Frederike Rijpkema de regels die gehanteerd worden door de Hoge Raad omtrent de aansprakelijkheid in sport- en spelsituaties.

Afgelopen zomer heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de langlopende zaak van de Groningse voetballer Trienko Smit. De voetballer raakte zodanig ernstig gewond na een sliding van een tegenspeler in een amateurvoetbalwedstrijd, dat zijn onderbeen moest worden geamputeerd. De voetballer hoopte na zestien jaar nog steeds op financiële compensatie, maar de Hoge Raad bekrachtigde de uitspraak van het hof: de sliding valt binnen de kaders van het normale voetbalspel en kan niet als onrechtmatig worden aangemerkt.

Hoewel bovenstaand oordeel wellicht doet verbazen, past het wel binnen de reeds bestaande rechtspraak van de Hoge Raad. De  algemene lijn die daaruit valt te ontwaren is dat hoge eisen worden gesteld voordat aansprakelijkheid in een sport- en spelsituatie wordt  aangenomen. Het lukt een benadeelde zelden om aan die hoge eisen te voldoen. Hoe komt dat?

In de eerste Beursbengel van 2022 lichten Frederike Rijpkema en Nynke Borman toe wat de regels zijn omtrent de aansprakelijkheid in sport- en spelsituaties.

Auteur

Ekelmans & Meijer expertpartner van Verbond van Verzekeraars

Ekelmans & Meijer expertpartner van Verbond van Verzekeraars 2560 1400 Ekelmans Advocaten
Verbond van Verzekeraars Ekelmans
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

Ekelmans & Meijer Advocaten is vanaf vandaag officieel expertpartner van het Verbond van Verzekeraars. Ons kantoor deelt zijn kennis en ervaring met de leden van het Verbond op het gebied van privacyrecht en fraudebeheersing.

Ekelmans & Meijer is al jaren een juridische vraagbaak voor het Verbond. De stap naar expertpartner was daarom gauw gezet.

“Het is een vanzelfsprekende stap, want de samenwerking met het Verbond gaat vele jaren terug,” aldus Richard Weurding, algemeen directeur van het Verbond. “Wij zien het partnership als een waardevolle verdieping van de huidige samenwerking, zeker op belangrijke gebieden als privacy en het voorkomen en tegengaan van fraude.” Jan Ekelmans is overtuigd van de meerwaarde van het expertpartnership: “Wij leren dagelijks van elkaar. Deze samenwerking is een prachtige bevestiging daarvan.” Advocaat Astrid van Noort sluit hierbij aan: “Privacy raakt iedereen. Het is een voorrecht dat wij over privacy en fraudebeheersing samen met het Verbond mogen optrekken .”

Contact

Webinar Bestuurdersaansprakelijkheid: special WBTR

Webinar Bestuurdersaansprakelijkheid: special WBTR 2560 1707 Ekelmans Advocaten
Bestuurdersaansprakelijkheid
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute
Expertise:

Op 1 juli treedt de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen in werking. Op die datum verandert er veel op het gebied van bestuurdersaansprakelijkheid. Een uitgelezen moment dus voor een webinar voor bestuurders.

Op 1 juli om 16.00 praat Ekelmans & Meijer u bij over een aantal actuele onderwerpen voor bestuurders. Uiteraard komen de belangrijkste wijzigingen uit de WBTR aan de orde. Daarnaast gaan we in op de vraag of  selectieve betaling van schuldeisers mogelijk is. Ook bespreken we het nieuwe UBO register en is er aandacht voor het niet tijdig melden van betalingsonmacht bij de belastingdienst en/of pensioenfonds.

In een webinar van een uur praat Anne-Mieke Dumoulin-Siemens u bij over deze vier onderwerpen. Het webinar heeft een praktische insteek met handige tips and tricks.

Programma

1 juli 2021: start om 16.00 uur
Tijdsduur: 60 minuten
Bestemd voor: Bestuurders, ondernemers en verzekeraars

Contact

Bestuurdersaansprakelijkheid na executie van een vonnis

Bestuurdersaansprakelijkheid na executie van een vonnis 2560 1707 Ekelmans Advocaten
executie vonnis
Leestijd: 3 minuten
Lesedauer: 3 Minuten
Reading time: 3 minutes

Is uw onderneming verwikkeld in een juridische procedure en loopt deze in eerste instantie goed voor u af, dan wilt u uiteraard zo snel mogelijk uw geld zien. Indien het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard kan u tot executie van het vonnis overgaan.

Dat wil zeggen, dat u naleving van het vonnis kunt afdwingen, ook als daartegen nog hoger beroep mogelijk is. Echter, voorzichtigheid is geboden. Indien het vonnis in hoger beroep alsnog vernietigd wordt en uw onderneming is niet in staat het bedrag terug te betalen, dan is in ieder geval uw onderneming schadeplichtig. In bijzondere gevallen kunt u als bestuurder ook aansprakelijk zijn.

Terughoudend omgaan met een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis

Het is aan te raden met enige voorzichtigheid te handelen, wanneer een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis wordt geëxecuteerd. Het risico bestaat namelijk dat het vonnis wordt vernietigd in hoger beroep. Wanneer een partij te hard van stapel loopt en de wederpartij door dreiging met executie van dat vonnis heeft gedwongen tot nakoming, handelt zij in beginsel onrechtmatig en is zij schadeplichtig als het vonnis ook daadwerkelijk in hoger beroep wordt vernietigd. Er moet dus rekening worden gehouden met het feit dat het ontvangen bedrag na eventuele vernietiging in hoger beroep terugbetaald moet worden.

In welk geval kan de bestuurder aansprakelijk zijn?

In beginsel is alleen de onderneming aansprakelijk. In bijzondere gevallen kan er ook ruimte zijn voor bestuurdersaansprakelijkheid. Hiervoor is vereist dat sprake is van frustratie van betaling en verhaal waardoor een schuldeiser wordt benadeeld. Als hier sprake van is, dient beoordeeld te worden of het handelen of nalaten van de bestuurder ten opzichte van de schuldeiser zodanig onzorgvuldig is dat hem daarvan persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt (zie het arrest Ontvanger/Roelofsen, Hoge Raad 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758). Er is grond voor persoonlijke aansprakelijkheid van een bestuurder als hem een ernstig verwijt gemaakt kan worden omdat:

  1. de bestuurder op grond van de hem bekende omstandigheden rekening had moeten houden met de mogelijkheid dat het vonnis zou worden vernietigd;
  2. dat de bestuurder wist of ernstig rekening moest houden met de mogelijkheid dat in geval van vernietiging van het vonnis in hoger beroep de onderneming niet in staat zou zijn het ontvangen bedrag terug te betalen; en
  3. in de gegeven omstandigheden de bestuurder kan worden verweten dat hij desondanks gelden heeft onttrokken aan de onderneming of andere vorderingen heeft laten betalen, met verwaarlozing van de belangen van de wederpartij.

In een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2020 had een onderneming naar aanleiding van een vonnis van de rechtbank een bedrag ontvangen van haar wederpartij. Deze wederpartij was tijdig in hoger beroep gekomen waardoor de onderneming rekening had moeten houden met het feit dat het vonnis in hoger beroep geen stand zou houden. Aldus was voldaan aan voorwaarde (1).
Vrijwel direct na ontvangst van het bedrag had de onderneming het ontvangen bedrag ineens doorbetaald aan haar bestuurders (middels het voldoen van een vordering uit rekening-courant) en aan (door familiebanden) gelieerde partijen, zodat voor de wederpartij weinig meer overbleef.

Omdat de onderneming het bedrag niet had gereserveerd maar juist had uitgegeven en de financiële situatie te slecht was om via andere middelen aan de terugbetalingsverplichtingen te kunnen voldoen, moesten de bestuurders van de onderneming rekening houden met de mogelijkheid dat bij vernietiging van het vonnis in hoger beroep zij het ontvangen bedrag niet aan de wederpartij kon terugbetalen. Aldus was ook aan voorwaarde (2) voldaan. Nu de noodzaak van deze betalingen niet is gebleken was ook aan voorwaarde (3) voldaan.

Gezien deze feiten en omstandigheden oordeelde het hof dat de bestuurders een persoonlijk ernstig verwijt kon worden gemaakt. Zij hebben hun eigen belangen en de belangen van de gelieerde partijen zonder noodzaak gesteld boven het belang van haar wederpartij. De bestuurders hadden voorzichter moeten handelen en het betaalde bedrag moeten reserveren.

Dit zou anders kunnen zijn als het ontvangen bedrag zou zijn besteed aan de gewone bedrijfsvoering van de onderneming en in het kader daarvan aan noodzakelijke betalingen aan crediteuren om zo de continuïteit van de onderneming te waarborgen. Daar was in de zaak van 12 mei 2020 geen sprake van, waardoor de bestuurders aansprakelijk konden worden gehouden.

Conclusie: reserveer het bedrag tot na het Hoger Beroep

De afdronk van dit verhaal is dat in het geval uw onderneming een bedrag ontvangt naar aanleiding van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, het advies is dit bedrag te reserveren zolang dit vonnis nog in hoger beroep kan worden vernietigd. Is besteding van dit bedrag echt nodig om de continuïteit van uw onderneming te waarborgen, dan kan dit de situatie wezenlijk anders maken.

Mocht u vragen hebben, neem dan gerust contact op.

Auteur

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.