Categorie actueel

Een overzicht van de pensioenrechtspraak en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar

Een overzicht van de pensioenrechtspraak en ontwikkelingen uit het afgelopen jaar 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog afbeelding (500 x 400 px) (14)
Leestijd: < 1 minuut
Lesedauer: < 1 Minute
Reading time: < 1 minute

De pensioenwereld is in de ban van de grote pensioenhervorming op grond van de Wet toekomst pensioenen die op 1 juli 2023 in werking is getreden. De belangrijkste aspecten van de Wtp komen in  deze jaarlijkse Kroniek Pensioenrecht aan de orde. Advocaat Mark van Benthem leverde een bijdrage aan dit overzicht met de belangrijkste ontwikkelingen in het pensioenrecht rond wetgeving, beleid en rechtspraak van het afgelopen jaar.

De Kroniek Pensioenrecht 2023 is verschenen in het Advocatenblad editie 4 van 2024 en tot stand gekomen door Mark van Benthem, Bastian Bodewes, Annemiek Cramer, Jan Aart van de Hoef en Wim Thijssen.

In deze editie lees je o.a. over de wetgeving en beleid, denk aan:

Pensioenovereenkomsten onder de Wet toekomst pensioenen
Invaren
Eerbiedigende werking
Transitieplan
Procesrechtelijke aspecten van de Wet toekomst pensioenen

Ook de rechtspraak komt aan de orde, onderwerpen die aan bod komen zijn:

Wijziging van de pensioenovereenkomst
Verplichtingen uit uitvoeringsovereenkomst
Toeslagverlening
Verplichte aansluiting bij een bedrijfstakpensioenfonds
Vrijstelling van verplichte deelneming aan een bedrijfstakpensioenfonds
Advies- en informatieplichten
Pensioen en scheiding
EU-recht

Auteurs

Mark van Benthem is gespecialiseerd in het arbeidsrecht en medezeggenschapsrecht en staat voornamelijk (inter)nationale ondernemingen, bestuurders en ondernemingsraden bij.

Kom je ook naar de Ekelmans voorjaarsbijeenkomst Bouw & Verzekering in de praktijk?

Kom je ook naar de Ekelmans voorjaarsbijeenkomst Bouw & Verzekering in de praktijk? 694 531 Ekelmans Advocaten
Renovatie Binnenhof
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

Op donderdag 30 mei organiseren we de Ekelmans voorjaarsbijeenkomst ‘Bouw & verzekering in de praktijk’. Inclusief rondleiding, uitreiking boek ‘Bouwrecht in kort bestek’ en interactieve presentatie, waarbij de bouw- en verzekeringspraktijk samen komen en een borrel met vakgenoten. Meld je nu aan!

Programma

14.20 uur | Ontvangst (locatie: Plaats 22, Den Haag)

14.30 uur | Rondleiding informatiecentrum Binnenhof Renovatie
We duiken met een gids in de 800 jaar bouwgeschiedenis, met een blik op de toekomst.

15.45 uur | Interactieve sessie ‘Bouwen in de praktijk’
Menno Frequin van bouwbedrijf Burgy vertelt o.a. over het renovatieproject Eerste kamer en Raad van State aan het Binnenhof.

16.15 uur | Borrel met vakgenoten
Je ontvangt een exemplaar van de geheel vernieuwde uitgave van het boek ‘Bouwrecht in kort bestek’. Advocaat Frank Schaaf en advocaat Jessica Roos schreven het hoofdstuk ‘Verzekeren in de bouw’. Tijdens de borrel vertellen zij je hier graag meer over.

Na afloop van deze bijeenkomst ontvang je ook een toegangsticket voor een échte rondleiding op het Binnenhof op de Dag van de Bouw op zaterdag 8 juni a.s. 

Casus uit de praktijk: renovatie Binnenhof

Rondleiding

We starten de middag op een steenworp afstand van het Binnenhof. Tijdens een rondleiding in het informatiecentrum Binnenhof Renovatie komen we meer te weten over de voortgang van deze grote en unieke renovatie, de archeologische vondsten op het Binnenhof en de 800-jarige geschiedenis van het complex.

Interactieve sessie ‘Bouwen in de praktijk’

Gastspreker Menno Frequin vertelt meer over bouwen in de praktijk. Welke maatregelen (kunnen) worden getroffen om schades te voorkomen, voorafgaand aan (en tijdens) de bouwwerkzaamheden in het algemeen? Wat zijn mogelijke gevolgen van schades op het verdere verloop van het bouwproces?
En wat komt er kijken bij de afhandeling van dergelijke schades?

Verzekeren in de bouw

Advocaat Frank Schaaf en advocaat Jessica Roos gaan in het hoofdstuk ‘Verzekeren in de bouw’ uit het boek ‘Bouwrecht in kort bestek’ in op het belang van verzekeren in de bouw. Ook bespreken zij de juridische aspecten van de verzekeringsovereenkomst. Meer specifiek gaan zij in op de – voor de bouw relevante – verzekeringsproducten, zoals de Constructie All Risk (CAR) verzekering, de Bouw Ontwerp Verzekering (BOV) en de Ontwerp Verzekering voor Opdrachtgevers (OVO).

Beslissing hof dat TUI met vakbond FNV moet onderhandelen over een cao voor haar cabinepersoneel blijft in stand

Beslissing hof dat TUI met vakbond FNV moet onderhandelen over een cao voor haar cabinepersoneel blijft in stand 525 400 Ekelmans Advocaten
TUI cabinepersoon FNV
Leestijd: 3 minuten
Lesedauer: 3 Minuten
Reading time: 3 minutes

De beslissing van het hof dat TUI met vakbond FNV moet onderhandelen over een cao voor haar cabinepersoneel blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld. Cassatieadvocaat Marieke van der Keur voerde verweer namens FNV.

HR 26 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:673

De zaak

TUI onderhandelde met haar ondernemingsraad (hierna: OR) over de primaire arbeidsvoorwaarden voor haar cabinepersoneel. TUI had hiervoor de wettelijke bevoegdheden van de OR uitgebreid met een instemmingsrecht voor de primaire arbeidsvoorwaarden.

Vakbond FNV heeft zich bij TUI gemeld met het verzoek om met haar in onderhandeling te treden over de primaire arbeidsvoorwaarden voor het cabinepersoneel. TUI heeft dat geweigerd, waarna FNV zich tot de rechter heeft gewend en heeft gevorderd dat aan TUI de verplichting wordt opgelegd met FNV cao-onderhandelingen te voeren.

Na een afwijzend vonnis van de kantonrechter heeft het hof de vordering van FNV toegewezen en TUI veroordeeld om FNV als onderhandelingspartner te erkennen. Tegen deze uitspraak heeft TUI cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

Advies AG

De AG adviseerde de Hoge Raad op 22 december 2023 de uitspraak van het hof in stand te laten.

Uitspraak Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat als uitgangspunt geldt dat een werkgever niet verplicht is om met een vakbond te onderhandelen over collectieve arbeidsvoorwaarden. Een partij mag in beginsel zelf bepalen of, en zo ja met wie, zij over collectieve arbeidsvoorwaarden wil overleggen.

Toch kan de weigering van een werkgever om met een vakbond in onderhandeling te treden over een cao maatschappelijk onzorgvuldig zijn, en dus onrechtmatig zijn. Of een weigering in een concreet geval onrechtmatig is, moet door de rechter worden beantwoord aan de hand van een afweging van de belangen over en weer, waarbij alle omstandigheden van het geval in aanmerking worden genomen.

Tot die omstandigheden behoren onder meer de representativiteit en deskundigheid van de vakbond, het belang dat onderhandelingen over primaire arbeidsvoorwaarden in het voorliggende geval worden gevoerd door onderhandelaars die onafhankelijk zijn ten opzichte van de werkgever, het draagvlak bij de werknemers voor de bestaande wijze waarop wordt onderhandeld over primaire arbeidsvoorwaarden en de aan die wijze verbonden waarborgen voor werknemers en het gewicht van de bezwaren die de werkgever ten grondslag legt aan de weigering om met de vakbond in onderhandeling te treden.

Het hof heeft in deze zaak geoordeeld dat indien FNV voldoende representatief is, het TUI in beginsel niet vrij staat om te weigeren met FNV te onderhandelen. Het hof heeft daarmee, gezien het bovenstaande, een verkeerd uitgangspunt voorop gesteld, maar dat maakt zijn beslissing niet onjuist. Het hof heeft namelijk bij de beoordeling of de weigering van TUI om met FNV te onderhandelen onrechtmatig is, ook een belangenafweging gemaakt waarbij het alle relevante omstandigheden van het geval heeft betrokken. Die belangenafweging kan de beslissing van het hof zelfstandig dragen.

Bron: Hoge Raad 

Meer weten over cassatie?

Voert u een procedure in hoger beroep en verwacht u dat de zaak  bij de Hoge Raad zal komen? Dan is het slim om nu alvast advies in te winnen bij een cassatie-advocaat over uw kans van slagen als u uw zaak voorlegt aan de Hoge Raad.

Ekelmans Advocaten heeft een hoog aangeschreven cassatiepraktijk. De betrokkenheid van onze advocaten leidt geregeld tot belangwekkende arresten van de Hoge Raad.

Onze advocaten Cassatie en Expert Litigation zijn procesrechtelijke experts, die de grote lijnen inzichtelijk maken en in de finesses scherpte brengen.

We verzenden ook een nieuwsbrief Civiele Procespraktijk naar onze contacten. Interesse? Dan ontvangen we graag uw inschrijving.

Marieke van der Keur is een ervaren cassatieadvocaat. Daarnaast staat zij advocaten bij in beroepsaansprakelijkheidszaken. Ook adviseert zij advocaten als ‘lawyer-to-lawyer’, bijvoorbeeld in complexe of principiële zaken waarin partijen tijdig op een cassatie willen voorsorteren.

Frank Schaaf en Jessica Roos leveren bijdrage aan de herziene uitgave ‘Bouwrecht in kort bestek’

Frank Schaaf en Jessica Roos leveren bijdrage aan de herziene uitgave ‘Bouwrecht in kort bestek’ 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog afbeelding (500 x 400 px) (59)
Leestijd: 3 minuten
Lesedauer: 3 Minuten
Reading time: 3 minutes

De geheel herziene druk van het handboek ‘Bouwrecht in kort bestek’ van het Instituut voor Bouwrecht is verschenen. Een onmisbare uitgave voor de privaatrechtelijke bouwrechtjurist. Advocaat Frank Schaaf en advocaat Jessica Roos schreven het hoofdstuk over ‘Verzekeren in de bouw’.

Verzekeren in de bouw

In het hoofdstuk ‘Verzekeren in de bouw’ gaan advocaat Frank Schaaf en advocaat Jessica Roos in op het belang van verzekeren in de bouw. Ook bespreken zij de juridische aspecten van de verzekeringsovereenkomst. Meer specifiek gaan zij in op de – voor de bouw relevante – verzekeringsproducten, zoals de Constructie All Risk (CAR) verzekering, de Bouw Ontwerp Verzekering (BOV) en de Ontwerp Verzekering voor Opdrachtgevers (OVO).

Over het boek ‘Bouwrecht in kort bestek’

Bouwrecht in kort bestek is een goede basis voor studie en praktijk. Het bouwrecht is een veelomvattend rechtsgebied. De grenzen lopen van auteursrecht, aanbestedingsrecht naar mededingingsrecht, tot wettelijk en contractueel geregeld bouwcontractenrecht. Het bouwrecht kan vanuit vele invalshoeken worden benaderd en dat gebeurt in dit boek. Behandeling van onderwerpen als het omgevingsrecht, vergunningen, aanbesteding, aanneming van werk, bouwcontracten, adviseursrecht, verzekeringsrecht en bouwrechtspraak geschiedt door specialisten op het betreffende vakgebied. Veel literatuur en jurisprudentie worden besproken, zodat de lezer over een goed fundament beschikt om kennis over de diverse onderwerpen verder uit te bouwen. Lees meer over het boek ‘Bouwrecht in kort bestek’.

Over Frank Schaaf

Frank Schaaf staat binnenlandse en buitenlandse verzekeraars en hun verzekerden al 30 jaar bij op het gebied van beroeps- en bedrijfsaansprakelijkheid. Verzekeraars vragen onder meer om Franks betrokkenheid als zaken een raakvlak hebben met de bouw. Omdat Frank een grote belangstelling heeft voor de bouw en weet hoe een bouwproces verloopt, kan hij snel schakelen met de mensen uit het veld.

Bouwgerelateerde zaken komen op het volledige terrein van het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht voor. In het oog springend zijn natuurlijk de typische bouwverzekeringen zoals CAR- en Montage. Daarnaast begeleidt Frank architecten en constructeurs in beroepsaansprakelijkheidszaken. Ook adviseert en procedeert hij over geschillen op het gebied van brand en regres en bedrijfsaansprakelijkheidszaken in de bouw.

Over Jessica Roos

Jessica Roos is als advocaat gespecialiseerd in het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht. Zij is gepromoveerd in het verzekeringsrecht, op het gebied van co-assurantie. Dankzij haar werkervaring in de verzekeringsbranche heeft Jessica goed inzicht in de processen waar haar cliënten mee te maken krijgen.

Jessica adviseert en procedeert op een breed terrein van het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht met een specifieke focus op technische verzekeringen. Haar cliënten zijn voornamelijk nationale en internationale verzekeraars en ondernemingen. Haar interesse gaat uit naar complexe verzekeringsvraagstukken in de (groot)zakelijke markt en heeft grote belangstelling voor bouwgerelateerde zaken.

Meld je nu aan voor de voorjaarsbijeenkomst ‘Bouw & Verzekering in de praktijk’

Op donderdag 30 mei organiseren we de Ekelmans voorjaarsbijeenkomst ‘Bouw & verzekering in de praktijk’. Inclusief rondleiding bij informatiecentrum Binnenhof Renovatie, uitreiking boek ‘Bouwrecht in kort bestek’ en interactieve presentatie, waarbij de bouw- en verzekeringspraktijk samen komen. Natuurlijk is er ook volop gelegenheid om met elkaar van gedachten te wisselen en bij te praten met vakgenoten tijdens de aansluitende borrel.

Auteur

Advocaten opgelet: verzenden ‘beschadigd document’ via Zivver voor risico van advocaat

Advocaten opgelet: verzenden ‘beschadigd document’ via Zivver voor risico van advocaat 525 400 Ekelmans Advocaten
Zivver (500 x 400 px) (57)
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes

Een advocaat heeft tijdig via Veilig mailen (Zivver) hoger beroep ingesteld. De advocaat stuurde een e-mail aan het hof met twee pdf-bestanden. Eén pdf, het beroepsschrift, kon het hof niet openen. Wiens risico is dat?

HR 12 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:570

Wat is er gebeurd?

Een ‘bug’ in het beroepschrift (pdf)

De advocaat diende de dag vóórdat de beroepstermijn verstreek via Zivver een beroepschrift in. Het hof ontving de e-mail, maar kon het bijgevoegde document niet openen. Het bestand zou zijn beschadigd.

Oordeel Hof

Het Hof: hoger beroep in niet-ontvankelijk

Het hof oordeelde dat het zeer onwaarschijnlijk is dat zijn ICT-systeem een document niet meer kan openen dat bij verzending nog onbeschadigd was. Het hof gaf de advocaat géén mogelijkheid tot herstel. Het hoger beroep was niet-ontvankelijk.

Uitspraak Hoge Raad

Cassatie: geen herstel

A-G Wesseling van Gent oordeelde dat het Hof de mogelijkheid tot herstel moest geven. De HR oordeelt dat dat NIET hoeft. Er was géén verstoring in de toegang tot Zivver. Er gold daarom géén hersteltermijn o.g.v. art. 8 Besluit elektronisch procederen (Bep). Volgens de HR is er ook geen apparaatsfout, wanneer de griffie de advocaat die ervoor kiest een processtuk in te dienen via Veilig Mailen, niet erop attendeert dat een bestand niet te openen is.

Dat betekent dat het risico dat een document niet geopend kan worden voor risico van de verzender komt (?!). Wie geen enkel risico wil lopen om dat achteraf te horen, kan telefonisch nagaan bij het gerecht of het processtuk kan worden geopend. En anders zal hij toch ouderwets een koerier moeten sturen.

Meer weten over cassatie?

Voert u een procedure in hoger beroep en verwacht u dat de zaak  bij de Hoge Raad zal komen? Dan is het slim om nu alvast advies in te winnen bij een cassatie-advocaat over uw kans van slagen als u uw zaak voorlegt aan de Hoge Raad.

Ekelmans Advocaten heeft een hoog aangeschreven cassatiepraktijk. De betrokkenheid van onze advocaten leidt geregeld tot belangwekkende arresten van de Hoge Raad.

Onze advocaten Cassatie en Expert Litigation zijn procesrechtelijke experts, die de grote lijnen inzichtelijk maken en in de finesses scherpte brengen.

We verzenden ook een nieuwsbrief Civiele Procespraktijk naar onze contacten. Interesse? Dan ontvangen we graag uw inschrijving.

Auteur

Ekelmans Advocaten in The Legal 500 EMEA 2024-ranking

Ekelmans Advocaten in The Legal 500 EMEA 2024-ranking 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog afbeelding (500 x 400 px) (55)

The Legal 500  ranks Ekelmans Advocaten. ‘a highly competitive firm with no match regarding corporate/insurance work. The team understands the commercial and practical aspects of the insurance industry like no other.’ We thank our clients for these and other recommendations and for their trust! It inspires and encourages us to deliver our best.

Legal 500 specifically mentions Frank Schaaf, Fleur van Kersbergen, Daan Spoormans, Astrid van Noort and Jan Ekelmans as recommended and key lawyers.

Legal 500 writes:

Ekelmans Advocaten – Insurance & Corporate ‘understands the commercial and practical aspects of the insurance industry like no other’, focusing on healthcare-related insurance matters as part of a broader general liability practice that also handles D&O, professional liability and insurance fraud matters. Jan Ekelmans manages a broad spectrum of claims, ranging from medical device recalls to life insurance and aviation issues, while Astrid van Noort focuses on personal injury and income protection disputes. Professional and corporate liability fall within the practice of Frank Schaaf, while Daan Spoormans handles both insurance and corporate litigation. Fleur van Kersbergen acts for clients and their insurers who are facing professional negligence suits [..]’.

Recommendations from our clients:

Ekelmans team is a highly competitive firm with no match regarding corporate/insurance work. The team understands the commercial and practical aspects of the insurance industry like no other.’

‘Frank Schaaf has massive knowledge of the local and international industry, and his capacity for focusing in on the really important details makes him a valuable asset to his clients. Assisted by the magnificent associate Fleur van Kersberg, the work she delivers is pristine.’

‘Consistent quality and thorough approach to litigation, combined with an honourable style.’

‘The kindness of the people, the knowledge, their principles, their fast way of working.’

‘The team of Ekelmans is very experienced and professional. Our cooperation with several specialized lawyers of their team has always been at a high quality level. It is a pleasure to work with them. Ekelmans is a knowledge partner in several domains of our association of insurers.’

‘Very professional, reliable and cooperative.’

The Legal 500 assesses the strengths of law firms in over 150 jurisdictions. The rankings highlight the practice area teams who are providing the most cutting edge and innovative advice to corporate counsel. The Legal 500 research is based on the feedback from clients.

An overview of the Legal 500 rankings can be found on the website of Legal 500.

De kwalificatie van de to follow-clausule op de Nederlandse co-assurantiemarkt

De kwalificatie van de to follow-clausule op de Nederlandse co-assurantiemarkt 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog eendjes afbeelding (500 x 400 px) (52)
Leestijd: 5 minuten
Lesedauer: 5 Minuten
Reading time: 5 minutes

De Nederlandse verzekeringsmarkt heeft een lange traditie van co-assurantie, waarbij verzekeraars gezamenlijk een risico dekken. Verzekeraars maken hierbij vaak gebruik van een to follow-clausule. Deze clausule bindt volgende verzekeraars aan de beslissingen van de leidende verzekeraar. In de rechtspraak komt de vraag aan de orde op grond van welke maatstaf getoetst moet worden of een volgende verzekeraar gebonden is aan de beslissing van een leidende verzekeraar. Advocaat Jessica Roos behandelt dit vraagstuk aan de hand van een recente uitspraak.

Verzekeraars dekken bij co-assurantie ieder een percentage van hetzelfde risico. Een specifiek aspect van co-assurantie is dat daarbij vaak gebruik wordt gemaakt van een to follow-clausule. Deze clausule bindt volgende verzekeraars – tot op zekere hoogte – aan de beslissingen van de leidende verzekeraar, bijvoorbeeld bij de vraag of er sprake is van dekking onder de verzekering. Indien dat het geval is, keren alle verzekeraars uit  voor het percentage waarvoor zij dekking bieden voor het risico. Zodoende wordt met een to follow-clausule voorkomen dat verschillende verzekeraars afwijkende dekkingsbeslissingen nemen. Dat zou immers dekkingshiaten tot gevolg hebben voor een verzekerde.  

Maatstaf voor gebondenheid van de volgende verzekeraar aan handelen van de leidende verzekeraar

In de Nederlandse rechtspraak doet zich met enige regelmaat de vraag voor op grond van welke maatstaf getoetst moet worden of een volgende verzekeraar gebonden is aan de beslissing van een leidende verzekeraar. Die vraag komt voort uit onenigheid tussen een leidende verzekeraar en een of meerdere volgende verzekeraars, waarbij laatstgenoemde meent niet gebonden te zijn aan de beslissingen van de leider.

In de Nederlandse rechtspraak en literatuur werd die gebondenheid eerder wel getoetst aan de norm van de ‘redelijk handelend verzekeraar’, maar tegenwoordig wordt ook wel getoetst of die gebondenheid naar ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ is, hetgeen een zwaardere maatstaf is.

In een recente uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen beide normen en oordeelt de rechtbank dat het criterium van een redelijk handelend verzekeraar niet bruikbaar is (het betrof in deze zaak een gestelde beoordelingsfout in de claimbehandeling).

Wat was er gebeurd?

Een verzekerde had een goederentransportverzekering waaronder in 2017 een aantal grote schades vielen. Deze schades waren door de leidende verzekeraar geaccordeerd. Zodoende had de beursmakelaar aan verzekerde een schadevergoeding betaald ter grootte van het deel van een van de volgende verzekeraars. Die laatste was, op grond van de to follow-clausule, gehouden om uit te keren omdat de leidende verzekeraar had besloten dekking te verlenen. De volgende verzekeraar weigerde dat bedrag aan de makelaar te vergoeden. Hij stelde daartoe dat hij niet gebonden was aan de dekkingsbeslissing van de leidende verzekeraar. De volgende verzekeraar onderbouwde zijn standpunt door te wijzen op het aantal ongebruikelijk grote schades die verzekerde in 2017 had geleden.

De verzekerde, de makelaar, de leidende verzekeraar en de surveyor zouden onaanvaardbaar inadequaat hebben gereageerd op deze schades, aldus de volgende verzekeraar. Zo zou er onvoldoende onderzoek naar de schades zijn geweest en had de leidende verzekeraar niet, althans niet zonder meer dekking mogen verlenen. De volgende verzekeraar stelde hierdoor schade te hebben geleden omdat hij op basis van een to follow clausule verplicht was de leidende verzekeraar te volgen in zijn beslissing om uit te keren.

Oordeel rechtbank: de maatstaf ‘redelijk handelend verzekeraar’ niet van toepassing

De rechtbank oordeelde dat de maatstaf ‘redelijk handelend verzekeraar’ niet van toepassing is. Getoetst diende te worden of het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar was om de volgende verzekeraar gebonden te achten aan de uitkeringsbeslissing van de leidende verzekeraar. De rechtbank koos dus voor een strengere maatstaf dan eerder in de jurisprudentie was gehanteerd. De reden hiervoor is dat toetsing aan de norm ‘redelijk handelend verzekeraar’ de efficiëntie-voordelen van de to follow-clausule teniet zou doen. Een volgende verzekeraar zou zich dan immers aan het dopen van een uitkering mogen onttrekken als een leider bij de claimbehandeling een (beoordelings)fout maakt en daardoor ten onrechte tot uitkering overgaat. De rechtbank overwoog daartoe als volgt:

“Partijen zijn het er over eens dat de volgende verzekeraar de leidende verzekeraar niet hoeft te volgen als dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

In de literatuur is ook wel betoogd dat de volgende verzekeraar niet gebonden zou zijn aan de beslissing van de leidende verzekeraar als geen redelijk handelend verzekeraar tot uitkering zou zijn overgegaan. Het verschil tussen beide criteria komt aan het licht als de leidende verzekeraar bij de claimbehandeling een (grote) beoordelingsfout maakt en daardoor ten onrechte tot uitkering overgaat. Dat is dan in de eerste plaats in haar eigen nadeel, maar door de to follow clausule ook in het nadeel van de volgende verzekeraar(s). Als de volgende verzekeraar zich dan aan uitkering kan onttrekken als hij wijst op de gemaakte fout en dus met de stelling dat geen redelijk handelend verzekeraar tot uitkering zou zijn overgegaan, zouden de voordelen van de to follow clausule geheel verdwijnen. Voor de verzekerde zou dit betekenen dat hij in die situatie met alle verzekeraars te maken krijgt, die elk hun eigen beslissing kunnen nemen. Voor de verzekeraars zelf betekent het ook dat het efficiency-voordeel van de to follow clausule verdwijnt, omdat elke volgende verzekeraar de beslissing van de leidende verzekeraar op juistheid kan (en dus eigenlijk ook wel moet) beoordelen. Het criterium ‘redelijk handelend verzekeraar’ is daarom niet bruikbaar, de rechtbank zal met partijen ervan uitgaan dat de volgende verzekeraar de leidende verzekeraar slechts dan niet hoeft te volgen als dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.”
Rechtbank Amsterdam 4 mei 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3090, r.o. 5.10

Zoals gezegd is de norm ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’ een hogere toetsingsmaatstaf dan de norm van de ‘redelijk handelend verzekeraar’. Op basis van deze uitspraak lijkt een leidende verzekeraar dan ook meer vrijheid toe te komen bij de beoordeling van een claim, dan wanneer getoetst wordt aan de ‘redelijk handelend verzekeraar’. Het enkele feit dat een leidende verzekeraar een beoordelingsfout ten aanzien van de dekking maakt, acht de rechtbank onvoldoende om te oordelen dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de volgende verzekeraar tot uitkering verplicht te achten. Dat deze norm een hoge drempel biedt, volgt ook uit de voorbeelden die de rechtbank geeft.

Voorbeeld norm ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar’

Een voorbeeld van een situatie waarin het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om een volgende verzekeraar gebonden te achten aan een beslissing van de leidende verzekeraar, is volgens de rechtbank:

  • Indien de verzekerde en leidende verzekeraar op frauduleuze wijze zouden samenspannen, met als doel de overige verzekeraars tot een uitkering te bewegen;
  • of indien de beslissing van de leidende verzekeraar is genomen door omkoping van een medewerker van die verzekeraar.

Meer weten over verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht?

U acteert in een snel veranderende wereld. Onze verzekeringsspecialisten kennen de details van uw markt. Uw werkterrein laat zich niet in één activiteit of in één juridisch deelgebied vangen. Daarom staan advocaten met verschillende aandachtsgebieden klaar om u te adviseren.

Ons team Verzekering & Aansprakelijkheid behartigt de belangen van grote en gespecialiseerde verzekeraars en hun verzekerden. Wij houden ons bezig met aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht in de breedste zin van het woord en werken voor zorgverzekeraars, schadeverzekeraars en levensverzekeraars.

Auteur

Jessica Roos is als advocaat gespecialiseerd in het verzekerings- en aansprakelijkheidsrecht. Zij is gepromoveerd in het verzekeringsrecht, op het gebied van coassurantie. Dankzij haar werkervaring in de verzekeringsbranche heeft Jessica goed inzicht in de processen waar haar cliënten mee te maken krijgen.

Mediationclausule in de overeenkomst – kan je daar onderuit?

Mediationclausule in de overeenkomst – kan je daar onderuit? 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog mediation afbeelding (500 x 400 px) (50)
Leestijd: 3 minuten
Lesedauer: 3 Minuten
Reading time: 3 minutes

Een mediationclausule in een overeenkomst biedt partijen de mogelijkheid om geschillen op een constructieve manier op te lossen, zonder direct naar de rechter of arbiter te stappen. Mediation draait om vrijwilligheid, maar is een mediationclausule wel zo vrijwillig? Advocaat Anne-Mieke Dumoulin-Siemens bespreekt dit recente vraagstuk aan de hand van het advies van advocaat-generaal De Bock.

Als professionele partijen een overeenkomst sluiten, nemen zij daarin gewoonlijk een bepaling op over geschillenbeslechting. Zij wijzen een bepaalde rechtbank of arbiter aan als de bevoegde instantie die zich over geschillen moet buigen. Partijen beseffen dat zij zich via de overeenkomst aan elkaar binden en zich tegenover elkaar als redelijke contractpartners moeten gedragen. Dat geldt ook wanneer partijen onenigheid hebben over de uitvoering van hun afspraken. Om in zo’n geval direct naar de rechter te stappen of arbitrage te starten, doet geen recht aan de notie van redelijkheid. De uitspraak van deze instanties is vaak zwart-wit, schendt het vertrouwen tussen partijen en biedt geen basis om de samenwerking voort te zetten. Daarom spreken contractpartners vaak af dat zij bij eventuele geschillen eerst naar een mediator gaan. Mocht de mediation op een mislukking uitdraaien, dan kunnen partijen zich wenden tot de rechter of arbiter die zij in de overeenkomst als bevoegde instantie hebben aangewezen.

Mediation draait om vrijwilligheid

Een mediationclausule in de overeenkomst biedt ruimte aan partijen hun geschillen in goed overleg te beslechten. Met aandacht voor de wederzijdse belangen, ongeacht of de focus ligt op continuïteit van de professionele relatie of op beëindiging daarvan. Mediation draait om vrijwilligheid. In de reglementen van mediationorganisaties staat dat mediation plaatsvindt op basis van vrijwilligheid.

Is de mediationclausule wel zo vrijwillig?

Hoe staat het met die vrijwilligheid als partijen in een overeenkomst afspreken dat zij hun geschillen eerst zullen oplossen met behulp van mediation? Contractuele afspraken moeten worden nagekomen. Maar de mediationclausule richt zich niet tot de mediator. Als een partij op enig moment uit het mediationtraject stapt, of weigert daaraan te beginnen, heeft de mediator geen andere keus dan de mediation te beëindigen. De andere contractspartij kan de weigeraar er uiteraard op aanspreken dat hij de afspraken van de geschillenclausule schendt. Verder zijn de handen van de contractspartij gebonden. Voortzetting van het mediationtraject is alleen mogelijk wanneer alle partijen zich daarvoor inzetten.

Mediationclausule is afdwingbaar

De Hoge Raad buigt zich momenteel over de vraag of zo’n mediationclausule in een overeenkomst tussen professionele partijen bindend is en kan worden afgedwongen. Advocaat-generaal de Bock betoogt in haar advies aan de Hoge Raad dat een mediationclausule in een professionele overeenkomst rechtens afdwingbaar is. De arbiter is volgens De Bock pas bevoegd nadat partijen de mediationclausule zijn nagekomen en hebben geprobeerd om via mediation hun geschil op te lossen. Tot die tijd moet de arbiter de zaak aanhouden. Als een partij zich niet houdt aan de afgesproken mediationclausule en de andere partij zich hiertegen verzet, moet de arbiter de arbitrageprocedure aanhouden totdat partijen alsnog de mediationclausule zijn nagekomen. Volgens De Bock geldt dit niet alleen voor een arbitrale procedure, maar ook voor een rechterlijke procedure.

De Hoge Raad is vrij het advies van de advocaat-generaal al dan niet te volgen. De uitspraak van de Hoge Raad is (voorlopig) bepaald op 28 juni 2024.

Hoe zit dat met de vrijwilligheid?

Het staat partijen in beginsel vrij om afspraken in een overeenkomst vast te leggen. Als professionele partijen een mediationclausule afspreken, doen zij dat uit eigen vrije wil. Als de handtekening eenmaal is gezet, moeten partijen de mediationclausule uitvoeren. Zij zullen een (serieuze) poging moeten doen hun geschillen via mediation op te lossen. Vrijwilligheid lijkt daarmee ook tijdens het mediationtraject een minder belangrijke rol te spelen.

Meer weten over (internationale) contracten?

Het opstellen van een goed contract is maatwerk. Ondernemers onderschatten helaas te vaak het belang van een goed contract, totdat men eens door schade en schande wijzer is geworden. Ieder contract bergt risico’s in zich. Ons team maakt deze op pragmatische wijze inzichtelijk en beheersbaar.

Auteur

Anne-Mieke Dumoulin-Siemens is specialist ondernemingsrecht en privacyrecht. Zij is een kundige gesprekspartner voor (internationale) commerciële ondernemingen en non-profit organisaties. Cliënten waarderen haar juridische adviezen vanwege de praktische en commerciële uitvoerbaarheid ervan.

Een wachtdienst thuis met een pieper: rusttijd of arbeidstijd?

Een wachtdienst thuis met een pieper: rusttijd of arbeidstijd? 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog afbeelding (500 x 400 px) (51)
Leestijd: 4 minuten
Lesedauer: 4 Minuten
Reading time: 4 minutes

Bij een spoedoproep moet er binnen 15 minuten een ambulance bij de patiënt zijn. Ambulancepersoneel op Waddeneilanden heeft daarom ’s nachts een wachtdienst met een pieper. Zij mogen die thuis doorbrengen. Zodra de pieper gaat, moeten zij in actie komen en binnen 2 minuten in de ambulance zijn. Vormt die wachtdienst arbeidstijd of rusttijd? De Hoge Raad oordeelde daarover in een zaak die cassatieadvocaat Marieke van der Keur instelde.

HR 18 maart 2024, ECLI:NL:HR:2024:426

Thuis met een pieper

Snel handelen is bij medische noodgevallen van levensbelang. In Nederland is er daarom een (plan)norm, dat binnen 15 minuten de ambulance bij de patiënt moet zijn. Dat betekent dat ambulancepersoneel dag en nacht ‘in de startblokken’ staat.

Ambulancepersoneel op Terschelling en Vlieland mag ’s avonds en ‘s nachts de wachtdienst thuis doorbrengen. Er zijn daar namelijk relatief weinig spoedoproepen. Maar áls de pieper gaat, moet een werknemer onmiddellijk in actie komen en binnen twee minuten in de ambulance zijn. Lukt dat niet, dan moet hij dat uitleggen aan zijn werkgever UAZ.

UAZ ziet deze wachtdienst als er geen oproep komt, als rusttijd. Na zo’n dienst hebben werknemers dus geen ‘echte rust’ en moeten zij weer aan het werk.

Volgens de werknemers komen zij zo niet voldoende tot rust. Tijdens de wachtdienst staan zij continu paraat. Omdat zij bij een oproep onmiddellijk naar de ambulance moeten, kunnen zij hun wachtdienst niet vrij besteden: zij kunnen geen activiteiten buiten de deur ondernemen. En om direct van huis te kunnen bij een oproep dragen zij thuis hun uniform. Dat moet schoon blijven, met als gevolg dat zij niet kunnen klussen, tuinieren of uitvoerig koken. Ook slapen zij minder vast in de wetenschap dat elk moment de pieper kan afgaan…

Is deze wachtdienst rusttijd, of arbeidstijd?

De Kantonrechter en het Hof zijn het oneens

Het is arbeidstijd, oordeelde de Kantonrechter. Want als de pieper gaat, moeten werknemers binnen enkele minuten in de ambulance zijn. Zij kunnen daardoor niet echt ontspannen en hun wachttijd vrij besteden aan hobby’s of sociale activiteiten.

Het hof oordeelt anders na een totaalbeoordeling. Er zijn relatief weinig spoedoproepen. Daarom vindt het hof een wachtdienst zonder oproep, rusttijd.

Volgens de werknemers heeft het hof de Arbeidstijdrichtlijn verkeerd toegepast. Cassatieadvocaat Marieke van der Keur stelde namens hen cassatie in.

Het Hof van Justitie van de EU & de Arbeidstijdrichtlijn

Volgens de Arbeidstijdrichtlijn is er ‘arbeidstijd’ en ‘rusttijd’. Een periode waarin de werknemer geen activiteiten uitoefent, is niet per sé rusttijd. Dat volgt uit vaste rechtspraak van het HvJ EU. In onder andere het arrest ‘Radiotelevizija Slovenija’ van 9 maart 2021 (ECLI:EU:C:2021:182) gaf het HvJ EU een stappenplan om te  bepalen of een wachtdienst arbeidstijd is. Centraal staan de tijd die een werknemer heeft om in actie te komen (de reactietijd) en het gemiddeld aantal interventies.

De nationale rechter moet onder meer nagaan hoeveel interventies er gemiddeld zijn. Zijn dat er weinig, dan is wachtdienst niet snel arbeidstijd.

Maar de rechter moet ook bekijken wat de impact van de reactietijd is op de mogelijkheden die een werknemer heeft om de wachtdienst vrij te besteden. De rechter moet daarbij rekening houden met de verplichtingen van de werknemer en de faciliteiten die hij heeft (zoals een dienstauto). Soms is de reactietijd zó kort, dat de impact daarvan zo groot is dat sprake is van arbeidstijd. Dat er dan weinig interventies zijn, maakt dat niet per sé anders.

Conclusie A-G Drijber

Advocaat-Generaal Drijber interpreteerde de rechtspraak van het HvJ EU anders. Volgens hem hanteert het HvJ EU geen ‘vuistregel’ of ‘bewijsvermoeden’ dat een wachtdienst met een hele korte reactietijd arbeidstijd vormt. Volgens de A-G moet de rechter gewoon een totaalbeoordeling maken en zat het hof dus goed.

De Hoge Raad

Korte reactietijd
De Hoge Raad ziet dat anders. De Hoge Raad benadrukt dat volgens het HvJ EU een korte reactietijd sec een werknemer objectief zo erg kan beperken in zijn mogelijkheden om zijn wachtdienst ‘vrij’ te besteden, dat de hele wachtdienst arbeidstijd vormt.

Het ambulancepersoneel van UAZ moet bij een oproep onmiddellijk in actie komen en binnen twee minuten in de ambulance zitten. Het hof heeft volgens de Hoge Raad niet kenbaar beoordeeld welke impact deze korte reactietijd sec heeft op de invulling van de wachtdienst door de werknemers. Dat is volgens het HvJ EU wél vereist. Het hof mocht de stellingen van de werknemers over de impact van de zeer korte reactietijd niet ‘wegstrepen’ tegen het lage aantal oproepen.

Pieperdruk
Ook onderschrijft de Hoge Raad dat de wetenschap dat er ieder moment een oproep kán komen, al ‘pieperdruk’ oplevert. Deze onvoorspelbaarheid kan objectief een bijkomend beperkend effect hebben: een werknemer kan zich dan niet echt ontspannen doordat hij in een permanente staat van paraatheid verkeert. Het hof had dit fenomeen ten onrechte afgedaan als ‘subjectieve beleving’.

De op UAZ rustende prestatienorm
De Hoge Raad verwerpt de klacht van werkgever UAZ dat de reactietijd van 2 minuten en de aanrijtijd van 15 minuten géén verplichtingen van de werknemers waren.

Hoewel de plannorm van 15 minuten voor UAZ geldt, legt zij óm die plannorm te kunnen halen aan haar werknemers een streeftijd van twee minuten op. Zij verlangt van hen ook een toelichting als zij die streeftijd niet halen. Dat maakt dat de druk van de reactietijd meeweegt bij de impact van de aan de werknemers opgelegde verplichtingen.

Meer weten over arbeidsrecht en/of cassatie?

Heeft u een geschil over arbeidstijd, rusttijd en beloning? Verwacht u dat de zaak bij de Hoge Raad zal komen? Dan is het slim om nu advies in te winnen bij onze arbeidsrecht- en cassatie-experts advocaat Mark van Benthem (arbeidsrecht) of  advocaat Marieke van der Keur (cassatie).

Ekelmans Advocaten heeft een hoog aangeschreven arbeidsrecht- en cassatiepraktijk. De betrokkenheid van onze advocaten leidt geregeld tot belangwekkende uitspraken van rechters, waaronder de Hoge Raad.

Onze advocaten zijn procesrechtelijke experts, die de grote lijnen inzichtelijk maken en in de finesses scherpte brengen.

We verzenden ook een nieuwsbrief Civiele Procespraktijk naar onze contacten. Interesse? Dan ontvangen we graag uw inschrijving.

Auteur

Ekelmans Advocaten recommended in Chambers Europe 2024

Ekelmans Advocaten recommended in Chambers Europe 2024 525 400 Ekelmans Advocaten
Blog afbeelding (500 x 400 px) (49)
Leestijd: 2 minuten
Lesedauer: 2 Minuten
Reading time: 2 minutes
Expertise:

International lawyers guide Chambers and Partners Europe released its 2024 rankings, indicating  Ekelmans Advocaten to be one of the best Dutch Insurance law firms.  We are proud that our firm is recommended for the seventeenth consecutive year.

This year “advising on high-profile cases“ and “particular expertise in healthcare insurance matters” are mentioned as the strength of our team.

Our clients state that they appreciate the way we advise and assist them: “Ekelmans Advocaten is always available for us as a client, also for cases that need a quick response.”

We would like to thank our clients for their input throughout the research process and their continued trust in our firm and our professional’s expertise!

Chambers Europe writes:
“Ekelmans Advocaten has a long track record advising on high-profile cases. The team is noted for its particular expertise in healthcare insurance matters. The contentious side of the practice also covers professional, D&O and general liability concerning construction and property damage. The law firm further advises on reinsurance and business interruption matters, as well as regulatory issues.”

Special recommendation Jan Ekelmans:
“Jan Ekelmans is an experienced practitioner, with notable experience advising healthcare insurers. He also assists with reinsurance matters, as well as with disputes relating to D&O liability, business interruptions and fraud.”

“Jan Ekelmans is very good in court: he is very articulate and outspoken, so he can present the case in a very good manner.”

An overview of the Chambers Europe rankings can be found on the website of Chambers and Partners.

Contact

We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we ervan uit dat je ermee instemt.